is toegevoegd aan uw favorieten.

Vademecum handelend over Maastrichtsch dialect

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90

Et trek heij, dao moot get ope stoon.

Bet. Bedekte aanwijzing tot iemand in 't gezelschap, die zijn broek niet behoorlijk dicht heeft.

Wach tieg veur degeen, die van God geteikend zien.

Bet. Waarschuwend woord tegen gebochelden, kreupelen en roodharigen.

Nao de schup stinke.

Bet. Zijn einde nabij zijn.

Kinder en zate lui zekge de woerheid.

Bet. Kinderen en dronken personen zijn indiscreet.

Iemand neet luchte of zien konne.

Bet. Aan iemand erg het land hebben.

Jeng is veur de pieringe.

Bet. Jan gaat spoedig dood.

In peys en vrey leeve.

Bet. Gebr. pleonasme bet. in vrede leven.

Iemand laote schildere.

Bet. Iemand laten wachten, schildwacht spelen.

Van Lorretsche getik zien.

Bet. In de bovenkamer geraakt zijn.

Ondertusse koke ze gaar.

Bet. Intusschen loopt de zaak maar door, mis.

Et is ene boer neet wies te make, wie ene soldaot aon de kos kump.

Bet. Evasief antwoord op indirecte vraag.

Bij die is et weer beuterke bove.

Bet. Het is daar weer in orde, een vlot leventje.

Van iemand, die zich aan tafel het eerst bedient, wordt gezegd: De pastoer zegent zieg et ierste.

Van iemand, die een hooge borst zet wordt gezegd: Maak tieg neet dik, dun is de mode.

Van iemand, die op de een of andere manier slecht te pas is, wordt gezegd: Er is in den aap gelogeerd. Afkomstig van een voorheen bekend logement „In den aap", ongunstig bekend.

Van iemand, die zeer lang is: Hellep tee ins aon de bel!