is toegevoegd aan uw favorieten.

Jochem Theunissen en zijn tijdgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80

Blad, majoor van de schutterij en wie hem in een enkele pennestreek wilde schetsen, had maar te vertellen, hoe blij hij was geweest, toen hij pas na zijn jongste bevordering door zijn papegaai begroet werd met den uitroep: „dag, majoor!" Hij had zijn vrouw voor haar lieve attentie omhelsd en de keukenmeid, die haar erbij geholpen had een goud tientje gegeven. Hooger timmerde majoor Schaap niet en mevrouw, de dochter van den kruidenier Luctor uit de Warmoesstraat, die bij zijn dood twee milhoen guldens aan verdiende suikercenten naliet, timmerde heelemaal niet. Zij was de dame, die den schoolmeester Theunissen eens per telefoon ontbood om een geschil te beslechten, dat zij aan tafel met haar zeventienjarige dochter had en waarin papa geen partij wilde kiezen, Betsy had namelijk beweerd, dat men behoorde te spreken van la poire en mama meende altijd gehoord te hebben, dat de burgemeester zei le poire.

Blad had dien avond bepaald succes en de overige gasten hadden weinig last van hem, daar bij op zijn manier fluisterde, wat echter in den regel nog hard genoeg was om aan de overzijde der tafel verstaanbaar te zijn. En toen de heer Blad en mevrouw Schaap tegen het einde van den maaltijd zoover gekomen waren, dat hunne respectieve kinderen ter sprake kwamen, had het er alle schijn van, dat de majoor aan het hoofd zijner troepen stond.

Een jong makelaar in effecten, die maar één kind had, maar dan ook een met zeer bijzonderen aanleg voor genialiteit, zocht reeds lang een school voor dat jongske en toen hij nu hoorde, hoe de majoor en diens