is toegevoegd aan uw favorieten.

Kamertjeszonde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor vreemde mense —, ik ben stom genoeg om den man tegen te spreken en we krijgen heusch ruzie....

.Je mot niet meespreken van dingen, waarvan je niks weet, mijnheer!"

.Watte? Da's nog de vraag of ik 'r niks van weet! Wie wil nou zoo gek zijn om z'n boeltje af te staan? Als ik hard sappel"....

.Je weet van socialisme net zooveel als dat glas!"

.Ik zeg dat werklui d'r geld in de kroeg verzuipen!"

.Dat doe jij toch ook? Je heb hier meer zitten drinken dan een werkman in 'n heele week."

.Als u grof wordt"....

,'k Zeg je de waarheid, man."

,Ik wil geen ruzie maken op den laten nacht. U kunt zeker niet tegen een glaassie".... .Ach man, stik!" .Ik zal de wijste zijn."

,Lul nou niet," zegt Piet: .wat 'n onzin om ruzie te krijgen over de sosialen. Ik wil wel weten da 'k graag sosiaalder wil worden met 'n hoop centen, hahaha!"

,Ik ook," lacht Georgine.

De kroeskop vertelt nog 'n mop, Piet rakelt grappen op, maar de aardigheid is er af. Ik ben stil geworden. De zaal met haar halfduister is ongezellig. Georgine praat weinig, neemt geen notitie van me, lacht om den kroeskop en om Piet.

.Zullen we naar bed gaan?"

.Wel te rusten," zegt de kroeskop.

In de kouwe gang krijgen we blakers en kaarsen. De portier loopt vooruit de trap op. Op bet eerste portaal slaat nachtklamheid me tegen.

.Wacht u effen hier," zegt de portier — ,uw kamer is an de voorkant."

.Goeien nacht, Georgine."

.Goeien nacht."

.Slaap lekker," zegt Piet.

Ik ga zitten op de trap met den blaker in de handen, zie ze de gang afloopen, 'n hoek omslaan. Een, twee minuten, alleen in de gang met de wuivende kaarsvlam. Dan 't neersmijten van 'n paar schoenen, 't dichtslaan van deuren.

.Hier ben ik al meneer."

Sufferig, moe, loop ik mee. Ik kan de laagheid niet onder me houen.

.Welke nummers hebben die dames en die heer?" „Een en dertig en drie en dertig." „Naast elkaar?"

„Ja meneer. Da's uw kamer. Hoe laat moet u morgen gewekt worden?"

„Wek maar niet."

Öt zet de kaars op 't nachttafeltje, wind m'n horloge op, trek

80