is toegevoegd aan uw favorieten.

Zondaresje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

87

Pauline ondervond hiervan den terugslag; zij voelde het als een pijn, die kwam en ging en brandde haar in 't hart, dat Louis aan haar niet genoeg had voor altijd; dat er momenten kwamen dat haar liefde hem verveelde; dat zijn wezen zich aftrok van het hare.

In die oogenblikken was het of een wijde, ijskoude verlatenheid zich om haar uitstrekte, of Louis van haar, afdreef om nooit meer terug te komen. Als er dan weer dagen kwamen van hernieuwde innigheid, kon zij niet meer begrijpen waarom zij zich zoo radeloos eenzaam had gevoeld.

Toch kwamen die momenten terug, met telkens korter tusschenpoozen.

Ook begon zij Louis met scherper oogen te zien. Eerst had zij ze afgeweerd, die schennende gedachten die haar liefste durfden ontleden, nuchter en wreed. Maar zij kon ze niet meer tegenhouden

In Februari werd zij ziek. Influenza, constateerde het modieuse doktertje, dat Louis had laten ontbieden.

De eerste dagen was Louis vol zorg en liefdevolle aandacht geweest. Toen begon het hem te vervelen. Hij liet aan de werkvrouw en aan madame Hirsch, die zich welwillend aanbood, de verdere verpleging over en kwam een paar keer per dag even kijken. Pauline begreep het heel goed en drong er op aan dat hij eens uit zou gaan, veel in de lucht, om zelf niet ziek te worden. Maar toen hij haar raad al te gewillig volgde en ook den heelen avond uitbleef, kwam een grievende teleurstelling haar verdrieten. De koorts was eindelijk weggebleven, maar zij voelde zich nog zwak en haar zenuwen riepen in de eenzaamheid geweldige schrikbeelden op. Naamlooze angsten grepen haar aan, waar zij alleen in bed lag, bij het dansende schijnsel van een flauw olielampje. Dan schreide zij wanhopig in haar kussens en scheen alle geluk voor goed gebroken, aan scherven op den grond. En eens, toen Louis haar zoo vond en zwijgend-stug geweigerd