is toegevoegd aan uw favorieten.

Zondaresje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S8

had haar te troosten, was hun eerste wilde twist ontstaan. Wit van drift hadden zij elkander aangekeken. Hoe zij later getracht hadden in tranen en kussen alles te doen verdrinken, het bleef en dreef herhaaldelijk boven.

Begin Maart. Het sneeuwde; een losse, vochtige sneeuw, die dadelijk smolt op de huizen.

Pauline lag op de rustbank; het was een elegant -oud meubel; madame Récamier zou er op gelegen kunnen hebben, zooals Louis eens lachend beweerd had. Het geelgrijze middaglicht uit den sneeuwhemel viel door het raam naar binnen.

Er was geen innigheid in de kamer.

Alles was vaal en triest.

Zij streek even langs haar hoofd. Als die ellendige ■pijn er maar niet was....

Louis kwam binnen, luchtig neuriënd. Hij boog zich •over haar heen.

„Hoe is 't?"

„Wil je niet wat omloopen? Dat zal je goeddoen." „Och neen."

„Nu ja— als je koppig zijn wilt, dan kan ik er ook niets aan doen. Maar als je denkt dat ik voor jouw

pleizier den heelen middag thuis zal blijven ik

neb gister ook al te weinig beweging gehad."

Zij zweeg. Haar gesloten oogleden trilden.

„Ik zal je niet vasthouden", zei ze eindelijk gesmoord.

„Maar je neemt 't me toch wel kwalijk", hoonde hij.

„Je hebt me al zoo dikwijls alleen gelaten. Blijf nu vanmiddag eens thuis", vroeg zij smeekend.

Hij lachte. „Je zoudt me niet vasthouden", zei hij spottend, „nu zie je eens.... zoo zijn jullie vrouwen! Allemaal even tiranniek in hun liefde. Maar ik dank je hoor, ik laat me niet voor de tweede maal ringelooren. We zullen zien wie hier de sterkste is." —