is toegevoegd aan uw favorieten.

Rondom het loonvraagstuk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

91

Op deze wijze breidt het instituut van den Loonraad zich uit. Nationale toon-parlementen heeft men deze instellingen genoemd, maar na bovenstaande schets zal duidelijk zijn, hoe deze instellingen, wortelend in de praktijk,aan alle stroomingen gelegenheid tot uiting geven en bij veel fiasco tot nu toe, toch als kanalen kunnen worden beschouwd, welke de tallooze moeilijkheden kunnen geleiden in een groote bedding, waar door rust en bezonkenheid het gansche probleem tot klaarheid komen kan.

Het moderne bedrijf volgens Walther Rathenau.

Walther Rathenau's arbeid verschilt hemelsbreed van den arbeid door Taylor verricht, zoogoed als van het economische opbouwende werk van loonraden en collectieve overeenkomsten, en de economische bedröfsoreanisatie. N 6

Rathenau is een modern organisator, grootbedrijfsleider, die zijn deel had aan het tot stand komen van de economische ontwikkeling in het Duitschland van voor den oorlog. Ook aan de organisatie van den economischen weerstand tijdensi den oorlog en de herstelling na de nederlaag heeft hij zijn deel.

In hem treffen Wij geen nieuwlichter aan met reeksen correct geformuleerde ideeën, doch een man van de daad, die boutweg, ondanks zijn nauwe connecties met het groot-kapitaal, of misschien juist daarom ? — zegt: „de voortbrenging is geen particuliere zaak meer, maar een gemeenschaps-zaak." ^ Scherp critiseert hij den faillieten boedel van het kapitalisme en wanneer nij de balans van Europa opmaakt is hij onmeedoogend ten opzichte der verschrikkelijke werkelijkheid, n.1. de roekelooze verspilling van de bronnen onzer betrekkelijke welvaart.

De rekensom, die hij opmaakt is inderdaad verbijsterend. '1111

De zuivere verliezen waren het grootst bij het begin van den oorlog, toen de wereld zich op haar voorraden stortte; zij krompen in, toen de oorlog langzamerhand ertoe kwam, zich zelf te bedruipen, in zooverre, dat het grootste deel van het bedrijfsleven zich inrichtte op oorlogsarbeid, zoodat aan het eind van ieder jaar de behoeften in hoofdzaak uit den bodem gehaald waren en slechts de in dat jaar gepresteerde arbeid en de slijtage der werktuigen als maatschappelike verliezen konden gelden. In dit opzicht was Duitschland er beter aan toe dan zijn vijanden; men verbruikte den voorraad aan grondstoffen en fabrikaten, geraakte tot een hoogen graad van produktiviteit en benutte de opbrengst van het land, terwijl men kon doorgaan met aan de behoeften voor een groot deel te voldoen, waardoor men wel bij bet buitenland schulden maakte, doch tevens echter het voordeel had dat de vredesindustrie en de uitvoerhandel tot een zekeren graad behouden en de valuta beschermd werden.

Maar deze opsomming is nog niet volledig. Behalve de ontzettende offers aan menschenlevens, de grondstoffen, de fabrikaten en de verschillende industrieën, de diverse werktuigen voor andere doeleinden aangewend. Kortom alles wat Marx het constante kapitaal noemt en dat bij den aanvang der crisis voorhanden was, is verloren gegaan; de besparingen en productie-vermeerderingen die in vredesjaren de landen verrijkt zouden hebben. Verloren zijn ten slotte, de vernieling, slijtage en beschadiging van alle roerende en onroerende produktie-middelen, in het bijzonder de millioenenschade der zoogenaamde bevrijde gebieden en alles wat oorlogsterrein was. Hiertegenover staan welliswaar de werkplaatsen voor nieuwe vindingen, op