Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij sluit de oogen; maar opent ze weer met een blik van donkere droefheid er in en blijft voor zich uit staren. De engel komt, ongezien van Ragnus, langzaam uit een der paden en blijft hem een poos zwijgend beturen. Hij is wit, met groote, witte vleugels, die achter hem zijn ingeplooid. Eindelijk spreekt hij.

DE ENGEL. Wat deert u, Ragnus?

RAGNUS (schrikt even, maar herstelt zich).

Niets.

DE ENGEL.

Dat is niet veel.

RAGNUS.

Wat kan me deren? Is het hier niet schoon?

Is dit niet aller smarten eindlijk loon?

Is niet in dezer klanken zoet gespeel

Vertolkt de vrede van wie vrede vond?

Mijn oor vangt enkel schoonheid; en ik zie

Verwezenlijkt, wat stoutste fantazie

Zich droomen kan, waar ik ook speur in 't rond.

DE ENGEL.

Zoo is het, Ragnus; en toch schijnt het mij, Dat gij hier met volmaakt gelukkig zijt.

6

Sluiten