Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

193

van lijven. Doch spoedig, als opgezogen door de gapende portier-mondingen,dunde de stuwing der menigte tot 'n haastig geloop van enkelingen, die nerveus zochten 'n plaats. Met doffe, op-een volgende bonzen klapten reeds portieren dicht.

Ook in Leyters coupé was op 't allerlaatste moment 'n heel gezelschap, vader, moeder en twee groote dochters, binnen gestapt en berustend had hij de menschen met het plaatsen van hun koffers geholpen, minzaam-voorkomend. Doch daarop, nadat hij zelf z'n overjas en z'n parapluie had geborgen in het net, had hij zich stug teruggetrokken in 'n hoekje, er zich gemakkelijk genesteld voor de lange reis.

Zachtjes, met 'n nauw merkbaren aanruk, zette de trein zich in beweging. Het perron met de enkele, nu stille menschen gleed weg, toen de huizentoppen en het stadsche beweeg onder het viaduct.

Apatisch sloot hij de oogen, liet doezig z'n denken verloomen; nog even schrikte hij op uit z'n gesoes, toen ze stil hielden aan station Beurs, voelde toen ook lichtelijk 'n spanning, of er nog menschen bij zouden komen in z'n coupé; maar die voorbij liepen en binnen keken, vonden 't er blijkbaar al vol genoeg, zochten verder op.

Over de Blaak spande zich het luchte-blauw zon-doorgoud en zienderoogen week de wolkendam naar verre verten terug, maar de verheuging daarover leefde ma ar zwak op in Leyter. Hij had 'n gevoel van vermoeidheid, of hij reeds 'n druk en wei-besteed dag-deel achter den rug had en willig liet hij zich zinken in 'n soezigen dommel, waaruit hij telkens ontwaakte tot half-bewustzijn om dan weer in klare droomen te hervallen. Hij zag en hoorde dan z'n broer, die hem met joviale hartelijkheid ontving en hem z'n steun beloofde, nog eer hij er met ronde woorden om gevraagd had. En zoo overtuigend-werkelijk was alles in dit gedroom, dat hij 'n pijnlijke teleurstelling ondervond, toen hij wakker schrok en den dikken papa tegenover zich zag, kibbelend met z'n vrouw en allebei z'n dochters over 'n familie, die hij in het Ginniken wou zoeken, niettegenstaande de vrouwen de menschen in Prinsenhage domicilieerden en haar overtuiging verdedigden in termen, waarmee ze de snuggerheid van haar man en vader onomwonden in twijfel trokken. I 13

Sluiten