Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.8

Verder:

Toen ik een paar jaren later controleur was van Lebak sioe (Tegal) moest ik pl.m. 40 dorpen voordragen voor vrijstelling van de koffiecultuur, omdat uit de boeken der pakhuismeesters gebleken was, dat de bevolking gedurende de laatste 10 jaren zoo goed als geen betaling had genoten. De cultuurplichtigen van enkele dier dorpen namen niet eens de moeite om te gaan plukken, wel wetende, dat er toch geen koffie aan de boomen zou zitten; nieuwe aanplantingen waren ook op aanwijzing der ambtenaren aangelegd op roode klei, die, zooals reeds gezegd, voor koffie niet geschikt is.

Was men in Nederland aanvankelijk zeer ingenomen met de resultaten van het Cultuurstelsel, dat groote hoeveelheden producten voor weinig geld aan Nederland bezorgde, allengs doken geruchten op van den te grooten druk, dien de toepassing van het stelsel oplegde aan de bevolking, welke daardoor zelfs vaak voor de verbouwing van eigen voedingsgewassen den noodigen tijd miste.

Vooral was dit het geval met producten, welke na de teelt een fabriekmatige bewerking moesten ondergaan, zooals bijv. suiker en indigo, waarvoor mede de bevolking in gedwongen arbeid werd benut.

Aanvankelijk geschiedde ook de fabrieksbereiding door de zorg van het Gouvernement, maar later door particulieren, aan wie voor de oprichting en het in werking brengen, van fabrieken vaak rentelcoze voorschotten werden verstrekt.

Dit was het begin van de particuliere landbouwindustrie, want toen na het uitbreken in 1848 van den hongersnood in Demak het publiek in Nederland was opgeschrikt en vele stemmen opgingen om althans met de gouvernementscultuur van de gewassen op de gronden der bevolking in de laaglanden te breken, werden onder Minister Franssen v. d. Putte deze cultures, met uitzondering van die van de suiker, opgeheven, terwijl de druk van de suikercultuur door mildere bepalingen in de toepassing voor de bevolking minder bezwarend werd gemaakt.

Alzoo bleven dus alleen de gedwongen suiker- en koffiecultuur en ook nog eenigen tijd de theecultuur bestaan; eerstgenoemde ging echter geleidelijk, volgens een stelselmatig opgezet plan, over in de schitterende geheel vrije particuliere cultuur, welke zij thans nog is. De gewichtigste stap daartoe was de suikerwet van Minister De Waal in 1870.

Keeren wij thans nog een oogenblik terug tot Van Gorkom, die, zooals we hierboven zagen, Junghuhn's opvolger was als Directeur * van de Gouvernements Kinacultuur. Dit was in het jaar 1864, het jaar van Junghuhn's dood.

Na enkele jaren nam Van Gorkom's werk zoodanigen omvang aan, dat hiji een vast, aan de cultuur verbonden scheikundige dringend noodig had en werd de apotheker Bernelot Moens op

Sluiten