is toegevoegd aan uw favorieten.

Vriendinnen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

113

„Een mensch z'n zin is een mensch z'n leven," antwoordde hij wijsgeerig. „Geef me nog een druppie, en dan ga ik weer na me tuintje, ik heb nog van alles te doen."

„Denk je an ons kippenhok?" vroeg Lene. ,,'t Komt in orde, ik heb 't Zijn Eerwaarde toch beloofd."

„Nee," begon de pastoorsmeid opnieuw, „in een stad zou ik niet kennen leven. Ik ben eens in Amsterdam geweest, maar wat ik dankbaar was toen ik weer thuis kwam. Nu ben ik al meer as twintig jaar inde pastorie."

„Daar zal je dan wel blijven ook," meende Koos.

„Ik zou 't wel denken," zei Marretje. „Verbeel je Zijn Eerwaarde zonder jou, Lene. Wat zou de goeie man motten beginnen?"

Lene's oogen blikten uitdrukkingsloos voor zich heen. „Je kan nooit vooruit zeggen wat er over je beschoren is," zei zij lijzig, „en niemand is onmisbaar, dat zegt Zijn Eerwaarde zelf altijd."

Koos had dolgraag willen vragen wat zij eigenlijk bedoelde, maar dat durfde zij toch niet. Toen trachtte zij haar onrust tot zwijgen te brengen door het denkbeeld, dat zoo'n pastoorsmeid in de gelegenheid was om een goed potje te maken. Lene zinspeelde er waarschijnlijk op dat de mogelijkheid om van haar op-

Vriendinnen. g