is toegevoegd aan uw favorieten.

Perspectieven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

110

zin waarin ik me de vraag stel, of de dichter het doorvoelde, en het ons doet mee-leven. Het avond-worden ontroert ons niet; het gaat aan ons voorbij, zooals in het druk gebeuren veel van het schoon rond-om ons ontgaat. Ge begrijpt me nu wel als ik de vraag doe : hebt ge het wel eens avond „zien" worden?

Dan zijn het geen bepaalde, precies gedefinieerde gedachten, die ons over of met den avond bezighouden; integendeel: 't Is een zwak omlijnd denken, dat tot staren vervaagt. Ik denk terug aan de stille avonden aan boord op de Middellandsche Zee, als ik eenzaam staarde de donkere onmeetbare verte in... steeds •verder van huis. Dan is het de storm in je ziel, waar je naar luistert en 't starre staren op die zwijgende ruimte van de zee, dat is beluisteren:

het „eeuwig blij en eeuwig klagend lied"

tot dat dalen gaat een wondere vrede in een overvol gemoed.

Wie dat heeft doorleefd, noemt niet, het versje van Bonn: zónder ziel! als deze schrijft:

wij hebben niets gezegd en niets begrepen, Maar vreemd als in een droom elkander aangestaard in de oogen groot; de vrage onverklaard als antwoord vast de handen saamgeknepen.

Want ten slotte is dat niets zeggen en niets begrijpen veel meer realiteit dan het hooren zweevenvan „een „Onze Vader" door de stilte omhoog beneen. * Maar de menschen willen altijd nog weer: de moraal