is toegevoegd aan je favorieten.

Wettelijke voorschriften

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 311 —

werken; en op de gesleept wordende vaartuigen, verzoek of goedkeuring dat met halve kracht gewerkt zal worden ;

de vlag geheel gestreken beduidt op de sleepboot, dat de machine dadelijk gestopt zal worden ; en op de gesleept wordende vaartuigen, verzoek of goedkeuring dat de machine dadelijk gestopt zal worden.

18. De schippers van zeeschepen moeten de lichten doen voeren en de seinen geven, voorgeschreven bij Koninklijk besluit van 24 April 1897 (Staatsblad n°. 107) tot vaststelling van gewijzigde bepalingen ter voorkoming van aanvaring op zee, of wel die, welke bij latere besluiten voor die vaartuigen mochten worden vastgesteld.

De schippers van zeilschepen, verkeerende in de gevallen, omschreven in de artt. 6 en 7 van het in het vorige lid genoemde Koninklijk besluit, doen echter de lichten voeren, in de eerste twee alinea's van art. 8, 1°. van dit reglement omschreven.

HOOFDSTUK III.

Voorschriften omtrent de vaart, het uitwijken en ankeren.

19. De schipper van elk stoomvaartuig, dat een ander vaartuig nadert, moet, wanneer er gevaar voor aanvaring bestaat, zijn vaart verminderen, of zoo noodig stoppen en de werktuigen achteruit doen slaan.

20. Wanneer door mist, sneeuwjacht of andere oorzaken het goed zicht belemmerd wordt, matigen de schippers de snelheid zooveel als de omstandigheden mede brengen.

21. Dé schipper van een stoomvaartuig doet dé machines stilstaan vóórdat de booten langs zijde komen om af te halen of aan boord te brengen.

22. De schippers van vaartuigen, die onder zeil of stoom zijn, of gesleept, geroeid of beiden langs denzelfden oever gejaagd worden, moeten, indien de vaartuigen elkander in tegenovergestelde of bijna tegenovergestelde koersen tegemoet gaan, zoodat zfj gevaar loopen elkander aan te varen, beiden ter voorkoming daarvan naar stuurboord houden, en elkander aan bakboord voorbijvaren.