is toegevoegd aan je favorieten.

Wettelijke voorschriften

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 321 —

13. Dit verdrag doet geen afbreuk aan de bepalingen der nationale wetgevingen of internationale verdragen betreffende de regeling van hulp en berging, door de overheid of onder haar toezicht verrioht, en in het bijzonder betreffende berging van vischtuig.

14. Dit verdrag is niet van toepassing op oorlogsschepen en op Staatsschepen, welke uitsluitend voor den openbaren dienst zijn bestemd.

16. 'De bepalingen van dit verdrag zullen worden toegepast ten aanzien van alle belanghebbenden, wanneer hetzij het helpend of bergend schip, hetzij het geholpen of geborgen schip, behoort tot eenen Staat van eene der hooge verdragsluitende partijen, gelijk ook in de andere door de nationale wetten voorziene gevallen.

Alles niettemin met dien verstande dat:

1°. ten aanzien van belanghebbenden, die onderdanen zijn van een niet-verdragsluitenden Staat, de toepassing van gezegde bepalingen door iederen verdragsluitenden Staat afhankelijk kan worden gemaakt van de voorwaarde van wederkeerigheid;

2°. wanneer alle belanghebbenden onderdanen zijn van den Staat waartoe het betrokken gerecht behoort, de nationale wet en niet het verdrag toepasselijk is;

3°. onverminderd verder strekkende bepalingen der nationale wetten, artikel 11 niet toepasselijk is dan wanneer de schepen behooren tot de Staten der hooge verdragsluitende partijen.

Bovenstaande verdragen werden bereids bekrachtigd door Duitschland met alle koloniën, Oostenrijk-Hongarije, België, Frankrijk, GiootBrittannië en Ierland (met verschillende overzeesche bezittingen en koloniën), Mexico, Nederland, Rumenië en Rusland.

Bepalingen betreffende het binnen- of uitvaren van Nederlandsche havens en zeegaten. (Sb. 1912 n°. 53a).

Zoodra op een in het'oog vallende plaats nabij een vaarwater, leidende naar een haven

v. Luik, Voorschr. 3» dr. 21