Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

jonge jaren te lief; als die voorbij zijn is 't met ons gedaan, dan kijken jullie liever naar wat anders uit/'

„Kom kind, zit nou niet te kankeren, over drie dagen krijg ik m'n traktement en dan komen er weer betere dagen/'

„Nou! dat traktement van jou is ook wat! 't Is nog niet eens genoeg om m'n nieuwe mantelpak te betalen, dat Zaterdag thuiskomt."

Dolf genoot als reserve tweede luitenant bij de infanterie, zijn driedaagsch verlof en zou dien avond weer naar zijn garnizoen teruggaan.

Na afloop van den eenvoudigen maaltijd moest hij weg en bij het afscheid beloofde hij spoedig een postwisseltje te zenden. Mies betoonde zich hiermee met bijzonder ingenomen — zei hem nog eens ronduit dat het zoo niet langer ging, dat zij ook aan haar toekomst denken moest.

Hij mopperde wat tegen, ze kenden elkaar nu al zoo lang, hadden het altijd goed kunnen vinden samen

Maar zij bleef onverzettelijk en hield voet bij stuk. 't Speet haar ook, want ze mocht hem graag lijden, maar hij moest toch toegeven, dat het tusschen hen niets kon worden en het beter was den omgang af te breken.

Met vriendelijke woorden poogde hij nog haar tot andere gedachten te brengen, doch net baatte niet, Mies bleef onverbiddelijk bij haar besluit. Zij moest in de eerste plaats aan haar eigen belangen denken en „make the hay as the sun shines."

„Nou jongen, wanneer wij elkaar nog eens terugzien, dan als goede vrienden hoor! Overmorgen ga ik voor een maandje bij een vriendin in den Haag logeeren en denk er sterk over mijn woning op te zeggen."

En toen was hij afgedropen, naar de Leidsche kade gegaan, om bij zijn vriend Henk van Dorst zijn politiekje voor uniform te verwisselen.

Henk was niet thuis en dit bracht hem een oogenblik in verlegenheid. Hij had met Mies zijn geld verteerd en bezat nu geen voldoende contanten meer om aan het station een plaatskaartje te nemen. Hij redde zich uit de moeilijkheid door Henk's kostjuffrouw drie gulden ter leen te vragen, wat hem, na veel tegenstribbelen gelukte. Hij beloofde haar stellig reeds den volgenden dag een postwissel te zenden, ofschoon bij zeer goed wist, dat hij eerst over drie dagen zijn traktement zou ontvangen.

Naar het station Weesperpoort gaande, ging hij door de den Texstraat, liep'daar de stoep van een woning op, weifelde een oogenblik en trok toen aan de bel van het bovenhuis.

Sluiten