is toegevoegd aan uw favorieten.

De driedubbele vrouw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

114

oogen waren gesloten, zijn adem ging zwaar, met rustigen regelmaat.

Nedda richtte zich voorzichtig op; ze keek naar 't gelaat van den slapende, luisterde naar zijn ademhaling, dan, langzaam, trad ze terug, haar oogen aldoor gevestigd op zijn gelaat. Bartout verroerde zich niet.

Nedda trad nog verder van hem weg, tot bij de kamerdeur ging ze ; daar balde ze de kleine vuisten.

Buiten was het violet van den hemel zacht versmolten tot een zilverig blauw ; de maan was gekomen, en onmerkbaar had de stervende glans van den dag zich opgelost in de vredige klaarte van den helderen zomernacht.

Het maanlicht lag in den tuin, het was ook in de kamer; de dingen stonden er zwart en stil met vreemde blauwe glanzen ; op de clubfauteuil viel het maanlicht, het blonk op den kalen schedel van den slapenden man en schampte in de glazen van zijn lorgnet, zoodat zijn oogen schenen te phosforiseeren.

Zijn adem ging rustig.

Nedda, op lichte voeten, schreed terug naar het andere gedeelte van het vertrek, liep achter de fauteuil van Bartout om, bukte zich vlak bij hem en luisterde.

Hij verroerde zich niet.

Ze glimlachte ; dan wendde ze zich opnieuw van hem af. Ze keek de kamer rond. Er was een tafel in 't midden, waarop het thee-