Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- 10 -

Trouwens slechts een oogenblik nadenken leert 't ons.

Elk mensch is van nature onderhevig aan slaap, ziekte en ouderdom. Dan is hij hulpeloos.

Verkeert hij nu in de wildernis, waar allerlei gevaren hem dreigen, dan moet hij zich en de zijnen ten minste 8 van de 24 uur aan anderen overlaten, want 8 uur rust eiScht de natuur.

En als hij ziek wordt moet hij vaak nog langoren tijd op anderer hulp steunen.

Nu behoort ook ziek:zijn tot 's menschen natuur. En als hij oud wordt moet hij voortdurend op anderer hulp rekenen. Nu behoort ook oud worden tot 's menschen natuur.

Zoo voert dus allereerst de zucht tot eigen behoud ons tot aansluiting.

Maar niet alleen ter verdediging van ons bestaan, ook tot ontwikkeling en verbetering van dat bestaan.

We willen voedsel hebben, kleeren, dak en duizend andere dingen.

Dat kan één man zich niet verschaffen.

De oude Germanen brachten 't ver daarin. Bij de Bentheimer boeren kan men 't nog zien, die zelf zaaien, maaien, veehouden, spinnen, weven, houthakken, turfgraven, oliepersen en wat niet al.

Maar dat leven is 't onze niet meer. Wij hebben elkander noodig, en hoe meer onze behoeften toenemen, hoe meer we aan elkaar behoefte hebben. De een ploegt en zaait, de ander fokt vee, een derde spint, een vierde weeft, een vijfde bouwt het huis enz. Ja, de menschen zijn zoo gewend 't op elkander aan te laten komen, dat ze niet eens meer hun eigen brood kunnen bakken.

We zien dus, als we maar even de kinderschoenen ontwassen zijn, dat we allen van elkaar afhangen, zoowel wat ons bestaan als wat onze welvaart betreft.

Sluiten