is toegevoegd aan uw favorieten.

De expeditie naar Zuid-Celebes in 1905-1906 : officiëele bijdragen van het Departement van Oorlog in Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

360

De vijand verdedigde zijne buitengewoon sterke stellingen hardnekkig. Na inleiding van het gevecht door de artillerie, die behalve op moreele ook op eenige materieele uitwerking kon wijzen in zooverre dat zij eenige steenen dekkingen deed ineenstorten, drongen de marechaussees om 8V2 uur v.m. de N. hoogstgelegen benting binnen, terwijl de 3de compagnie 6de bataljon om 9 uur v.m. de geheel afzonderlijke, op de O. helling aangelegde versterkingen nam. De werken op de Z. helling werden daarna door de 2de compagnie 6de bataljon genomen. Nadat hij uit zijne werken verdreven was, trok de vijand zich met achterlating van 37 dooden, 4 gewonden, 8 gevangenen, 5 achterlaad- en 33 voorlaadgeweren, blanke wapens en munitie in talrijke ongenaakbare holen en diepe grotten terug.').

Onze verliezen bedroegen: gesneuveld 5 militairen (w. o. 1 genist) en 1 dwangarbeider; gewond 2 officieren en 32 minderen (w. o. 2 genisten en 1' ziekenverpleger).

Den 16den Mei keerde de 2de compagnie R. H. 15de bataljon met de artillerie en de gesneuvelden en gewonden in gedeelten naar Garoetoe terug. In den voormiddag van den I7den Mei volgde de G.M.C. het door de 3de compagnie 6de bataljon op den 16den Mei doorloopen aanvalsterrein om ook de O. terrasversterkingen te bezichtigen, waarop Z. H. E. G. naar Garoetoe terugkeerde. Des namiddags kwamen hier ook de marechaussees en de 3de compagnie 6de bataljon terug om zich toe te rusten voor de dadelijk te ondernemen actie in Doeri en Letta.

De 2de compagnie 6de bataljon bleef voorloopig belast met het doorzoeken van den berg en het opruimen der versterking.

E. Gebeurtenissen in de Adjatapparang- en Masenrempoeloe na den val van Bontoe-Batoe tot het eind der expeditie.

Liet de inwendige rust in Sawietto en de Masenrempoeloe gedurende de lste helft van Mei nog veel te wenschen over, zoo viel, vooral in de Masenrempoeloe, na den val van Bon-

1) Zie bijlagen LXVIII. LXIX en LXX.