Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. DE RIDDERORDE

Eens was de koning der dieren van zin, Iets nuttigs voor zijn volk te verrichten. Toen viel hem de goede gedachte in, Een nieuwe ridderorde te stichten.

Hij sprak zijn gevolg toen aldus aan: „Wie uwer is de belooning waard ? Wie heeft 't meest voor den staat gedaan ? Dien hang ik de nieuwe ster aan zijn staart."

Toen voerde de hond het eerste aan :

„Ik diend' en likt' u op eiken stond,

Heb trouw voor uw kamer op wacht gestaan,

Gedroeg me steeds, in 't kort, als een hond."

Maar daarop zei het edele paard : ,,'k Ben in uw kleuren ten strijde gegaan, Mijn dienst ging met levensgevaar gepaard, 'k Liet voor uw eer me geduldig slaan."

Toen zeide de uil: „In dienst van den staat, Ontvloeide zooveel geleerdheid mijn pen, Dat mijn eigen verstand het te boven gaat, Ofschoon ik de grootste geleerde ben."

Sluiten