Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

Welnu, waar alle instituten van voortgezet onderwijs hun gelegenheid om vervluchtigde kennis weer te condenseeren aanbieden in hand- of leerboek en dictaat, vinde het lager onderwijs zijn bassin in het schoolalbum.

Mijns inziens heeft men juist door het ontbreken van dit leermiddel op onze scholen zijn toevlucht moeten nemen tot het onderdakbrengen van een gedeelte der taak van het Lager Onderwijs bij het voortgezet onderwijs, waardoor niemand aan dit laatste meer een naam wist te geven, die het karakteriseerde; slechts eene, die er eer van afstoot dan er toe aantrekt. Ik bedoel den naam: Herhalingsonderwijs. Het kan, als men de lagere school haar eigen boedel laat beredderen, bevrijd worden van dat odium en voortgezet onderwijs heeten of een naam erlangen, die het nog beter karakteriseert. Dat er een tak van onderwijs van deze strekking bestaat, is een aanklacht tegen het lager onderwijs. Waar elders in heel ons onderwijsstelsel is een instituut te vinden, dat, om met een populairen schildersterm te spreken, den arbeid van het naast lagere nog eens dunnetjes overdoet?

En toch, algemeen wordt dit brevet van onvermogen aan het Lager Onderwijs uitgereikt, niet door zijn critici van boven of van buiten af, maar ook door zijn eigen dienaren! Nu laatstelijk weer door den heer Wildschut, hoofd eener Roomsch-KathoLieke school te Arnhem, den samensteller van een leerplan voor herhalings- en voortgezet onderwijs ten dienste van Roomsen-Katholieke scholen, een bekroond antwoord op de prijsvraag, uitgeschreven door het Centraal Comité tot bevordering van Roomsch-Katholieke patronaatsbelangen in Nederland. Dat dit verdienstelijk stuk arbeid, waarvan ook ons lager en voortgezet onderwijs met volle handen kan profiteeren, niet als uit sleur dit brevet van onvermogen overneemt, bewijst zijn historie. Het Centraal Comité n.1. vroeg in zijn in het najaar van 1915 uitgeschreven prijsvraag een practisch, beredeneerd en in bijzonderheden uitgewerkt leerplan van voortgezet lager onderwijs. „Geen herhalingsonderwijs" luidde een toevoeging. „Voorzeker een

gezonde opzet", teekent de auteur Wildschut aan. En toch betoogt hij

bij de indiening van zijn ontwerp, dat herhaling gebiedend noodig was. De gezonde opzet dreigde alzoo scheef te zakken op een kranken grondslag. En die krankheid, dat gebrek schuilt m. i. hierin niet, dat er niet goed gearbeid wordt op onze scholen, maar dat haar werk niet af is, niet is gefixeerd in een vorm die 't kind eigen is geworden, niet te zijner beschikking blijft, ook als het de school heeft verlaten. Het sluitstuk ontbreekt er

Sluiten