Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- 8 -

in te leiden op haar eerste algemeene vergadering en tot de door den Heer Waldemar Freundlich verzamelde gegevens over de Nijverheid in Britsch-Indië, door dezelfde vereeniging in druk gegeven.

Al kan men zich ook niet geheel vereenigen met de gevolgtrekkingen waartoe de Heer v. R. V. komt, waarover later, brengt men den schrijver toch gaarne lof voor den ijver waarmede hij zijn standpunt heeft weten te documenteeren.

In zü'ne stellingen leest men onder meer: le. De natuurlijke aanwas der bevolking van Java en niet minder de te verwachten snelle stijging der levenseischen, tengevolge van opkomende nieuwe materieele en ideëele verlangens, maken het noodzakelijk het inkomen der gemeenschap snel en krachtig op te voeren.

2e. Dit is.alleen mogelijk door voor ieder de gelegenheid open te

stellen intensief-productief werkzaam te zijn en de bevolking

daartoe aan te zetten. 3e. De landbouw zal hoofdbron van inkomsten blijven, doch kan

de noodige middelen niet verschaffen. 4e. Daartoe kan alleen in staat zijn fabrieksnijverheid, enz.

De Heer van Reygersberg Versluys licht de noodzaak van het zoeken naar nieuwe bronnen van inkomsten toe door te wijzen op de hoogere eischen, welke de bevolking aan het leven gaat stellen, waardoor de vraag naar meer inkomen nog klemmender wordt gemaakt dan door de regelmatige toeneming van het zielental.

Dit laatste is echter ook van zeer voornaam belang, als men de bevolkingsaanwas op Java, die een verdubbeling van de bevolking binnen 45 jaren doet verwachten, vergelijkt met de berekende mogelijke uitbreiding van de oppervlakte der bouwvelden, met een door den schrijver berekend theoretisch maximum van ± 70 %. De levensstandaard verwacht hij in 25 a 30 jaren te zien verdubbelen, hetgeen geen verwondering behoeft te wekken als men ziet hoezeer cie eischen in enkele jaren zijn gestegen. Gewezen wordt op de toename van de inkomsten van alle volken der wereld en van die van Japan, dat voor 60 jaren economisch veel overeenkomst vertoonde met Indië en welks inkomsten sedert met 700% stegen.

Schrijver noemt eenige punten op in de Indische Staatshuishouding, als geneeskundige hulp, onderwijs, huisvesting, kleeding, verbeterde voeding, enz. waarvoor de gelden gevonden zullen moeten worden en acht nieuwe bronnen van inkomst noodig.

Het middel daartoe acht hij fabrieksnijverheid en hij meent dat de ontwikkeling dient te geschieden in zeer beperkten tijd.

Nagaande hoe snel in de laatste decennia de verspreiding ging

Sluiten