is toegevoegd aan uw favorieten.

Verslag van de commissie voor de bepaling der waarde van de tot het domein van den lande terug te brengen gedeelten der Pamanoekan- en Tjiasemlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88'.

Dit is minder juist; de instandhouding van deze 4 complexen ter gezamenlijke grootte van 69£- H.A. wordt door rapporteur integendeel wel wenschelijk geacht. De reden, dat deze bosschen gelijk met de resteerende complexen worden behandeld is daarin gelegen, dat naar mijn oordeel voor de onteigening van deze opstanden wel betaald zal dienen te worden.

Immers, waar het Tjilamaja-stroomgebied bereids een 30% hydrologische bosschen aangeeft, gaat 't n.m.m, moeilijk om bovendien deze complexen te rekenen tot die, wier prijs begrepen is in de voor de sawahs te betalen som. Na de onteigening wordt voorgesteld deze bosschen te voegen bij die, wier instandhouding noodig is om hydrologische redenen en wel omdat deze complexen een aangesloten geheel vormen (met uitzondering van het complex A II sub 2) met die, liggende in het stroomgebied èn van de Tjilamaja èn van de Tjiasem, welke laatste complexen wel noodig worden geoordeeld gereserveerd te worden voor de hydrologische belangen.

In deze gebieden worden tevens de bronnen gevonden van eenige beekjes, die uitvloeien in de Tjikeroeh. meSÊ

Bij eene waardebepaling der laatst besproken bosschen zijn bereids opgegeven de grondslagen, waarop die waardeberekening dient te geschieden.

De totaal oppervlakte dezer laatste bosschen bedraagt 796 H.A. + 4404 H.A. -4678 H.A. + 1105 H.A. of totaal 6983 H.A., terwijl daarin wordt aangetroffen een hoeveelheid hout van totaal 94.283 M3. waarvan klasse I nihil, klasse II 35.188 M3. en klasse III 59.095 M3.

Klasse I, het meest waardevollehout, ontbreekt dus geheel, klasse III, het meest inferieure hout, moet bij de waardeberekening ook buiten beschouwing worden gelaten, daar dit hout voor huizenbouw althans geen waarde heeft en alleen in bijzondere omstandigheden nog eenige waarde heeft als brandhout.

In hoofdzaak dient dus de waarde bepaald te worden van het hout klasse II waarvan 35000 M3. aanwezig is.

Het ligt, zooals bereids gezegd is, niet in de bedoeling in deze bosschen een geregeld beheer te voeren; de berekening volgens de kapitalisatie van een eeuwig durende rente (de inkomsten verminderd met alle uitgaven, ook die der cultuurkosten) kan hier niet toegepast worden.

De meest voor de hand liggende methode om tot ëenig resultaat te komen is wel die om de berekening te doen geschieden op de wijze als bij erfpachtsperceelen gebruikelijk is, met dien verstande echter, dat nagegaan dient te worden in hoeveel jaar bedoeld boschgebied zal kunnen leeggekapt worden en de gevonden jaarlijksche baten worden verdisconteerd.

Te Bandoeng wordt maandelijks door het Boschwezen circa 400 M3. rasamala (1<- klasse houtsoort) verkocht. Te Soekaboemi vinden ook geregeld houtvenduties plaats; ook particuliere exploitanten van rasamalahout vinden te Bandoeng tot een zekere hoeveelheid een débouché.

Als norm mag aangenomen worden, dat zeer zeker niet meer dan 1000 M3. maandelijks zal verhandeld worden. Deze hoeveelheid is eer te hoog dan te laag geschat. Bovendien behoort het verhandelde hout tot de z.g. le klasse houtsoorten. De 2» klasse soorten zijn moeilijk, zoo niet onmogelijk realiseerbaar. Neemt men aan dat het hout in 20 jaar realiseerbaar zal wezen, dus dat jaarlijks een 1750 M3. 2e klasse hout gekapt en verkocht kunnen worden, dan is dit bereids zeer hoog.

Bovendien kan gerekend worden op een afzet van een zekere brandhouthoeveelheid. In deze buitengewone tijdsomstandigheden is het wildhout zeer goed verkoopbaar, in normale omstandigheden moeilijk.

De mogelijkheid van plaatselijken afzet is ook buitengesloten; industrieën, die veel brandhout verbruiken (o.a. sereh-f abri eken) worden in den naasten omtrek niet aangetroffen. Alleen Tjikampek bezit eenige van die fabriekjes en dus zal daarheen geleverd kunnen worden.

Wel is waar verbruikt Bandoeng groote boeveelheden wildhout-brandhout; echter zou de levering van dit brandhout naar Bandoeng afstuiten op de hooge vrachten.

In Krawang werd door leveranciers van Bandoeng vóór den oorlog hoogstens ƒ 0,10 verdiend per st. M; thans is dat meer, maar in geen geval meer dan ƒ 0,25 per st. M. Op een eenigszins belangrijke jaarlijksche bate door verkoop van het brandhout valt dus niet te rekenen en zal men blij moeten wezen zoo uit dezen hoofde een netto winst ware te boeken van ƒ 1 000,— (10.000 st. M. a ƒ 0,10 winst).

De bosschen liggen voor de exploitatie gedeeltelijk zeer gunstig, doorsneden als zij worden door de S. S. baan Cheribon—Tjikampek en de lowrybaan Pasirboengoer— Pamanoekan, gedeeltelijk zeer ongunstig, o.a. de complexen AI sub 1, AH sub 1 en 2, waar geen wegen heen leiden.