Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en nog eens honderden werkers, ieder naar zijn aard en vermogen, ontgaat den Minister niet, maar het laat hem koud.

Was schert mich de Staat heeft geld noodig en hij moet,

dus hij mag (aldus de Minister) gerust profiteeren van moeizaam verkregen ervaring, van door groote opofferingen behaald succes,

van door eindeloos geduld verkregen resultaten, want de Staat

heeft geld noodig en belastingen zijn niet populair.

Zonder twijfel een groote waarheid, maar wat is mono-

polisatie dier bedrijven anders dan een belasting, zij het een van de zonderlingste soort.

Een belasting, niet op allen, niet naar draagkracht, maar een belasting op den ijver, op den ondernemingsgeest, op de door energie en met zorgen en toewijding verkregen uitkomsten van enkele honderden, misschien duizenden in den lande. Een belasting op het levenswerk van zooveel grooteren en kleineren, die toch niet allen (immers slechts voor een klein deel) in het nieuwe staatsarbeidsveld een plaats zullen vinden.

Zoo zal dan door het uit eigen belang gedreven onmeedoogend inpalmen en vervolgens misschien omverwerpen van het met zooveel moeite en krachtsinspanning tot stand gebrachte levenswerk het bestaan vernietigd worden van velen, waaronder zich tal van verdienstelijke mannen en onvermoeide werkers bevinden, die in het verzekeringsvak, waarvoor zij als het ware leefden, oud geworden zijn en mogelijk door voortdurend sloven hun gezondheid geknakt of verwoest hebben ?

Het allengs aandraaien van de belastingschroef is een financieele operatie, die slechts met zekere matiging kan worden voortgezet, wil_ men geen gevaar loopen, den patiënt zooveel uit te snijden, dat hij zijn levenskracht er bij inboet, betoogt de minister, maar ondanks die zienswijze ziet hij, blijkens zijne aangekondigde monopolisatie-plannen, bij het zoeken naar een middel dat kan bijdragen

- 8 -

Sluiten