Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

gedrukte stukken, is het den lezer, die niet voldoende van die stukken op de hoogte is, gemakkelijker gemaakt, desgewenscht eenige onderdeden nader te bestudeeren.

Eindelijk moge nog worden- opgemerkt, dat uit het bovenstaande en uit de prae-adviezen geenszins mag worden afgeleid, als zoude het Bestuur hier een oordeel geveld hebben betreffende de al of niet wenschelijkheid van het uitvoeren van openbare werken op een gezonde basis door aannemers. Deze questie blijft hier thans buiten behandeling.

De conclusies van het Bestuur luiden:

I. a. De aannemers der Indische havenwerken aanvaardden deze uitvoe¬

ringen na ten eenenmale onvoldoende vóór-onderzoekingen en op opzettelijk lichtvaardige wijze.

b. Toen hun bleek dat zij onder de gegeven omstandigheden niet die winsten zouden kunnen behalen, die zij zich hadden voorgesteld, bleken zij allerminst kieskeurig te zijn in de keuze der middelen ter bereiking van het door hen vooropgezette doel.

c. Uit de ingediende claims blijkt, dat zij alle risico van zich wenschten af te wentelen op den Lande en zelve geen enkel risico wilden dragen.

II. De Nederlandsche Havencommissie, benoemd bij ministerieele beschikking van 3 Februari 1914 om o. m. van advies te dienen nopens: het gebruik maken van de tusschenkomst van aannemers voor de uitvoering van Gouvernements werken in NederlandschIndië en de oplossing der moeilijkheden bij de toepassing van die werkwijze aldaar ondervonden, miste ten eenemale de voor die hoogst belangrijke taak vereischte deskundigheid en onpartijdigheid.

III. De benoeming van een der leden dier Commissie tot Algemeen Adviseur voor het Havenwezen in Nederlandsch-Indië en Chef der Technische Afdeeling voor Havenwezen van het Departement der B. O. W., kan in het algemeen nier in 's Lands belang worden geacht.

Sluiten