is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek voor de studie van het Nederlandsche Octrooirecht in vergelijking met het buitenlandsche recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

qg DE UITVINDING.

octrooieerbare uitvmding behalve industrieel effect en nieuwheid, deze uitvindingsgedachte noodig is1).

Nadat dit is vooropgesteld, kan worden toegegeven, dat bij het onderzoek van octrooiaanvragen van een onderscheiding der beide elementen dikwijls weinig is te bemerken en dat het daarbij ook dikwijls zeer moeilijk is beide vragen nauwkeurig uiteen te houden Bij het onderzoek eener aanvrage om octrooi gaat het o m om deze twee punten: is de inhoud der aanvrage nieuw? zoo ia onderscheidt deze zich dan van het reeds bekende op de bijzondere wijze, die noodig is om de aanwezigheid eener uitvmdingsgedachte te kunnen aannemen? De eerste vraag betreft de nieuwheid de tweede de aanwezigheid eener uitvinding. Beide vragen kunnen alleen worden beantwoord naar aanleiding van een onderzoek omtrent den stand der techniek op het oogenblik der aanvrage Het is mogelijk, dat deze den inhoud der aanvrage reeds omvat dan ontbreekt nieuwheid, het is mogelijk, dat deze de opstelling der aanvrage door een deskundige mogelijk maakt, dan is er geen uitvinding 2). Zoo kan men zich voorstellen, dat het onderzoek omtrent beide punten ineenloopt8).

In dit verband doet zich een vraag van wetsuitlegging voor, welke onder de oogen moet worden gezien. De nieuwheid van de uitvinding is niet een vereischte, waarvan de beteekenis van nature vast staat. Integendeel, vele octrooiwetten omschrijven nader het vereischte van nieuwheid, zooals zij dit wenschen te verstaan Dit doet ook onze wet. Deze omschrijving behoort ons te leiden wanneer wij staan voor de beantwoording der vraag, of de inhoud eener aanvrage nieuw is. Na bevestigende beantwoording dezer vraag, komt de tweede: bestaat er genoegzaam verschil tusschen het reeds bekende en den inhoud der aanvrage om de aanwezigheid eener uitvinding te kunnen aannemen? Moeten wij ons nu ook hier bij de beantwoording der vraag, wat bekend houden aan de wettelijke omschrijving van hetgeen nieuw is? Deze vraag behoort bevestigend te worden beantwoord. Nadat bij de beantwoording der vraag, of de inhoud der aanvrage al dan niet behoort tot het reeds bekende (d.i. is al dan niet meuw is), de

» Bv OR~ (127/24) 12 IV 1915, I.E. 1915, 132; O.R. (179A/27) 28 V 1919,1. E. 1919 159; O.R. (339/27) 10 V 1920, I.E. 1920, 179. •1 Tuist- O R. (28/27) 28 IX 1914, I.E. 1914, 286.

») I™ y. nr 39 bij § \ : Die Prüfung auf Neüheitund Erfindungscharakter erfolgt einheitlich und gleicheett^f.