Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

486

NIETiGVERKXARING EN OPEISCHING

door den houder rechtmatig was. Door hem ten aanzien van het octrooi verleende rechten, als licenties of pandrechten bhjven bestaan. Deze regeling brengt mede dat degeen, die vertrouwend op het recht, zooals het door den Octrooiraad is verleend, zich een licentie of pandrecht heeft doen geven, niet wordt teleurgesteld, als later bhjkt, dat de octrooihouder het octrooi onrechtmatig bezat. In dit opzicht kan men spreken van een aanvaarding van het beginsel van art. 2014 B.W. ten behoeve van de houders van de genoemde rechten. Eigenaardig staat hiertegenover, dat degeen, die het octrooi gekocht heeft van den eersten houder in het genot van zijn octrooi niet beschermd wordt, maar dit moet afstaan évenzeer als de eerste houder. Eenige bescherming is ook aan den octrooihouder, die zijn recht moet afstaan, ten deel gevallen, maar deze bescherming is zwakker uitgevallen dan die, verleend aan licentieen pandhouder.

491. Ten aanzien van de licenties, verleend door dengeen, die houder van het octrooi was, zonder daarop werkehjk recht te hebben, geldt m.m. hetzelfde als ten aanzien van die rechten, welke verleend zijn ten aanzien van een octrooi, dat nietig verklaard wordt wegens strijd met een ander vroeger verleend octrooi. Terwijl zij in dit laatste geval beschouwd worden als rechten verleend ten aanzien van het oudere octrooi, blijven zij hier ten aanzien van het octrooi, waarvoor zij verleend zijn, bestaan, terwijl de nieuwe houder van dat octrooi ze moet eerbiedigen. Deze krijgt hier, evenals daar, recht op de voor de licentie te betalen vergoeding, waarbij zich dezelfde moeilijkheden kunnen voordoen als vroeger in verband met de nietigverklaring werden besproken.

Ingeval van opdsching bhjven ook de pandrechten bestaan, hetgeen in geval van nietigverklaring niet het geval is.

492. De vroegere octrooihouder, hetzij deze de oorspronkehjke houder is van het octrooi, of iemand die van dezen het octrooi verkreeg, bhjft, zooals de wet het uitdrukt, bevoegd de uitvmding toe te passen op den voet van art. 32. Wij zullen ook hier mogen aannemen, dat de vroegere octrooihouder volledig de positie krijgt van voorgebruiker. Ook hier mag gevraagd worden, of hem eigenlijk niet de sterkere positie van licentiehouder behoorde te zijn toegekend. Daardoor zou tevens zijn getemperd de minder elegante regeling, dat degeen, die vertrouwend op het recht van den octrooihouder van dezen een licentie verwierf, sterker bescher-

Sluiten