Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK X

HET ONDERSCHEIDINGSTEEKEN

499. Velschillende wetgevers hebben zich bezig gehouden met het gebruik van teekens voor de onderscheiding van producten, welke door octrooi worden beschermd.

Men onderscheidt op dit punt twee stelsels.

De wet behoudt het gebruik van onderscheidingsteekens, waardoor geoctrooieerde voorwerpen als zoodanig worden kenbaar gemaakt, voor ten behoeve van octrooihouders, maar laat het aan octrooihouders over, of zij al dan niet van zoodanige teekens gebruik willen maken.

De wet stelt ten gebruike door octrooihouders en alleen door dezen een onderechddingsteeken vast en legt aan octrooihouders de verlichting op van dit onderscheidingsteeken gebruik te maken.

Het eerste stelsel wordt o.m. gevonden in de Duitsche wet (§40).

Hier wordt verboden producten van teekens te voorzien, welke geschikt zijn, in strijd met de waarheid den indruk te vestigen, als waren die producten door octrooi beschermd, zonder dat een verplichting tot het gebruik van zoodanig teeken voor producten, die wel door octrooi zijn beschermd, in de wet is vastgelegd.

Het gebruik van het onderscheidingsteeken is in het belang van den octrooihouder zelf en deze zal het dus, ook al verplicht de wet hem niet ertoe, niet licht verzuimen. Immers als hij zijn producten geregeld van het onderscheichhgsteeken heeft voorzien, zal hij in een proces wegens inbreuk op het octrooi veel gemakkelijker erin slagen het opzet te bewijzen, dan wanneer het aanbrengen van een onderscheidingsteeken mocht zijn nagelaten.

Het tweede stelsel vindt men o. m. in de Amerikaansche sect. 4900 rev. stat.

Inderdaad moet erkend worden, dat het van eenig algemeen belang is, dat geoctrooieerde producten als zoodanig aan het publiek

Sluiten