is toegevoegd aan uw favorieten.

Mevrouw Bovary

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

114

MEVROUW BOVARY.

— Hij komt er aan, antwoordde deze.

Inderdaad knerpte de deur van de pastorie en pastoor Bournisien verscheen; de kinderen, stoven hals over kop de kerk in.

— Die schavuiten! bromde de geestelijke; veranderen doen ze niet!

En een stukkenden catechismus oprapende, waar hij met den voet tegen aan stiet:

— Ze ontzien niets!

Mevrouw Bovary bemerkende, zei hij:

— Pardon, ik had u niet zoo gauw herkend.

Hij stak den catechismus In zijn zak en bleef staan, tusschen twee vingers den zwaren sleutel van de sacristie heen en weer schommelend.

Het licht van de ondergaande zon bescheen zijn gezicht en wierp een bleeken gloed over zijn soutane, glimmend aan de ellebogen en van onderen uitgerafeld. Vlekken van vet en tabak waren op zijn breede borst naast de rij knoopen zichtbaar, welke vlekken al talrijker werden naarmate zij verder van zijn bef voorkwamen, waarop de breede vleeschplooien van zijn hals rustten; zijn vel zat vol gele puistjes, welke echter verdwenen onder 't harde haar van zijn grijzenden baard. Hij had juist gegeten en haalde zwaar adem.

— Hoe maakt u het? voegde hij er aan toe.

— Slecht, antwoordde Emma; ik lijd.'

— Ik ook, zei de geestelijke. Die eerste warmte maakt een mensch zenuwachtig. Maar, waartoe geklaagd? — wij zijn geboren om te lijden, zooals de H. Paulus zegt. En wat zegt mijnheer Bovary er van?

— Hij.! riep ze uit met minachtend gebaar.

— Wat? hernam de goede man verwonderd, hij schrijft u niets voor?

— Och, antwoordde Emma, 't zijn niet de wereldsche geneesmiddelen, die me helpen kunnen.

De pastoor keek echter van tijd tot tijd de kerk eens in, waar de neergeknielde jongens elkaar bij den schouder duwden, zoodat ze omvielen als papieren poppetjes.

— Ik zou wel eens weten willen..., hernam ze.

— Wacht eens, Riboudet, schreeuwde de geestelijke op