is toegevoegd aan uw favorieten.

Genealogie Blokhuis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE t

BUNSCHOTEN.

De voortsnellende jaren berooven ons achtereenvolgens van alles.

Het volgende is ontleend aan A. J. van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 2e deel. Gorinchem, Jacobus Noorduijn 1840, blz. 822.

BUNSCHOTEN, gem. in Eemland, prov. Utrecht, arr. en kant. Amersfoort (6 k. d. 6 m. k. 3 s. d.); palende N. aan de Zuiderzee, O. aan de Geldersche gem. Nieuwkerk, Z. aan de gem. Duits, W. aan de Eem, die haar van Eemnes-Binnen- en Buitendijks scheidt. Zij bestaat uit de volgende polders: den Bloklandschen polder, den Noordpolder, den FransJacobspolder, den St. Nicolaaspolder en het Bunschoterveen; bevat het d. Bunschoten, benevens de buurten Dijkhuizen en Spakenburg en eenige verstrooid liggende huizen; telt ruim 900 inw., die meest in veeteelt, hooibouw, visscherij en taanderijen hun bestaan vinden, hebbende deze laatste in het jaar 1836, bij de 4000 netten voor bot, 450 fuiken, 150 kuilen voor haring en 275 kuilen voor ansjovis geleverd.

De Herv., die 870 in getal zijn, maken eene gem. uit, welke tot de klass. en ring van Amersfoort behoort. Het beroep geschiedt door den Kerkeraad. De R.K. van welke men er 50 vindt, behooren tot de statie Eemnes.

Het d. Bunschoten oudtijds Bonschoten, nog vroeger ook Hegeschoten of Hegenschoten genoemd, is vermoedelijk dezelfde plaats, die onder den naam van Brunthes—Coithe voorkomt in eenen brief van het jaar 1156, gegeven bij Keizer Frederik I. Het ligt 2 u. N. van Amersfoort, VsU. Z. van de Zuiderzee en ongeveer 1 u. O. van de Eem; 230 2' 23" N.O. 520 14'32' O.L. Het was oudtijds een stad, voorzien met vele en zelfs met meer voorrechten dan de stad Utrecht, welke haar door Floris van Wrevelinkhoven, den vijftigsten Bisschop van Utrecht, wegens menigvuldige diensten aan hem en zijne voorzaten bewezen, in het jaar 1383, geschonken werden. Dit geschiedde met goedvinden der stad Utrecht. Doch de binnenlandsche beroerten, ter gelegenheid van twee terzelfder tijd verkozene Bisschoppen van Utrecht, Rudolf van Diephorst en Zweder van Culemborg, in het Sticht ontstaan, heeft aan deze stad haren ondergang gekost; want als Zweder, aan wien door Ridderschap en steden, alle recht van heerschappij ontzegd was, zijne toevlucht genomen had tot Filips van Bourgondië, destijds Graaf van Holland, en deze ten zijnen gevalle, in het jaar 1426, de stad Amersfoort belegerde, mengden zich die van Bunschoten in dit geschil, zoover, dat zij Bourgondische of liever Hollandsche bezetting innamen, het welk Bisschop Rudolf dermate tegen hen verbitterde, dat hij in het jaar 1428, Bunschoten in brand stak en er de muren, 7 poorten en torens deed omverwerpen. Bunschoten werd echter, na deze verwoesting, nog voor eene stad erkend, door David van Bourgondië, den vgf en vijftigsten Bisschop van Utrecht, bij eenen brief van den jare 1467; sedert is het een dorp of open vlek gebleven, met stadsvrijheden voorzien.

Thans is het een zeer vermakelijk dorp, en plagt een der fraaiste van geheel Eemland te zijn. De huizen staan er nog stadswijze naast elkander, aan eene regt doorgaande besteende straat. Ter beveiling tegen overstrooming, waarvan dit evenals andere nabijgelegene dorpen, in vroegere tijden, meermalen de droevige gevolgen ondervonden heeft, zijn de meeste huizen op hoogten gebouwd. ')

l) Van Bunschoten bestond een huizenlijst van 1506 met eigenaars. Deze schijnt in het ongereede te zijn geraakt.