Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

Moet het Mulo verdwijnen?

Moet bij de aanstaande herziening der L. O.-Wet niet dezen ontwikkelingsgang rekening gehouden worden? Of liever — spitsen wij deze vraag toe — moet het Mulo, dat voor een groot deel van ons land, voor breede kringen onzer bevolking de taak vervult, die oorspronkelijk voor de H. B. S. 3-j. C. was bestemd, in de schoolwetgeving niet beter tot zijn recht komen?

Men weet — de Staatscommissie tot reorganisatie van het onderwijs, bekend onder den naam van Ineenschakelings-Commissie, wilde in strijd met den gang der historie de H. B. S. 3-j. C. verbeteren, het Mulo afschaffen.

Men weet evenzeer — de Bevredigingscommissie wil wel het Mulo handhaven, doch het èn in opleiding èn bevoegdheid èn in salariëering van het personeel gelijk maken aan het gewoon L. O.; d. w. z. het in naam laten bestaan, doch in werkelijkheid om hals brengen.

Zou het verstandig zijn op die wijze opzettelijk de oogen te sluiten voor hetgeen het maatschappelijk leven vraagt? Ligt het niet veel meer op den weg van den wetgever te ontzien, wat in de maatschappij is gegroeid en wat levensvatbaarheid blijkt te bezitten te beschermen, inplaats van uit te roeien?

Neemt men-aan, dat dit de taak van den wetgever is, dan moet èn de Mulo-school èn de H. B. S. 5-j. C. gehandhaafd en verbeterd.

Deze beide inrichtingen van voortgezet onderwijs zijn tot bloei gekomen. Beide vervullen een belangrijke taak, en voorzien in onderscheiden behoeften. Doch beide hebben hun gebreken, die alleen door wijziging der Lager en Middelbaar Onderwijswet kunnen weggenomen worden. De Mulo-school heeft geen behoorlijke opleiding voor haar personeel, de bevoegdheden zijn niet meer op het peil, dat thans voor het Mulo-onderwijs vereischt wordt, de salariëering voldoet niet aan de matigste eischen, zoodat gebrek aan leerkrachten een euvel is, dat zich steeds pijnlijker doet gevoelen.

De H. B. S. 5-j. C. lijdt eensdeels aan soortgelijke kwalen: geen behoorlijke opleiding en paedagogische vorming der leeraren, geen voldoende salariëering, geen voldoend aantal leerkrachten; doch de ernstigste kwaal is wel — het sterk verloop der leerlingen. Dit vindt zijn oorzaak in het feit, dat ze de leerlingen op te jeugdigen

Sluiten