Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

meen van oordeel, dat het voorkomen en verdwijnen van haring in verschillende zeegebieden, op verschillende tijden en in verschillende grootten, in verband staat met den onderling afwijkenden rijtijd der onderscheidene rassen.

Is deze rijtijd aangebroken, dan kan men op zee het antwoord vinden op de meermalen gestelde vraag: of de haringvoorraad in de verschillende zeeën niet uitgeput raakt door het veelvuldig visschen, de vernieling aangericht door trawlers en de vervolging door de aartsvijanden van den haring: kabeljauwen, dolfijnen, doornhaaien, enz. Het kuitschieten toch is zoo massaal, dat meermalen „haringkuitbedden" (d. z. de aan de zeeoppervlakte zwevende, dooreengemengde hommen en kuiten) worden aangetroffen ter lengte van 12—15 K.M., ter breedte van 3—6 K.M. en van eene niet te bepalen diepte. Langzamerhand zinkt de kuit in het water weg totdat zij den bodem der zee heeft bereikt, en daar komt de jonge haring te voorschijn en tot ontwikkeling. Reeds uit de verte zijn de haringkuitbedden zichtbaar door de geelachtig witte kleur van het water. Dit alles wijst er op, dat de voortteling van den haring op geweldig groote schaal plaats heeft. Wanneer men dan ook eens eene berekening kon maken van het aantal haringen, dat jaarlijks door Nederlandsche, Fransche, Engelsche, Duitsche, Zweedsche en andere visschers wordt gevangen, en men voegde daarbij het haringverlies door trawlers en de natuurlijke vijanden van den haring (wat echter niet te berekenen is), dan zou men inderdaad cijfers krijgen, waarvan zelfs een astronoom moest duizelen. Voor uitputting van deze vischsoort behoeft dan ook geene vrees te bestaan.

Voor de visscherij in het algemeen is het van zeer groot belang nauwkeurig op de hoogte te zijn van de gewoonten der visschen, den tijd waarop en de plaatsen waar zij te voorschijn komen en langzamerhand of plotseling vertrekken. Daarmede moet met het uitoefenen van het bedrijf rekening worden gehouden. Deze gegevens echter zijn bij lange na niet voor alle vischsoorten vastgesteld, trots ijverige nasporingen der natuurvorschers. Soms ook blijft de

Sluiten