is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwikkeling van de nederlandsche haringvisscherij in de loop der eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9i

een gemiddeld totaal aan netten van ƒ 98.175 a ƒ35 per net, totaal dus ƒ3.436.055.

Elk schip heeft voorts reserve-netten. De waarde hiervan is gevoegelijk op ca. ƒ 1.125.000 te stellen. Voor totale waarde van de tuigage berekenen wij (de details zullen wij hier niet geven) rond 3 millioen gulden. Volgens deze berekening, welke ik met vrijmoedigheid voor nauwkeurig durf geven, krijgt men dus eene totale waarde der schepen, vischtuig en tuigage van ca. ƒ 27.363.000.

Het bedrag aan tonnen en zout per jaar door de visscherij gebruikt, hebben wij voorts gemiddeld op f 1.634.700 becijferd, alles tegen gemiddelde prijzen vóór den oorlog.

Een en ander optellend krijgt men eenig idee van de belangrijkheid van dit bedrijf voor ons land. Het is dan ook begrijpelijk, dat, waar zoo groote kapitalen voor de haringvisscherij noodig zijn en de behoeften van het bedrijf zoo velerlei, zeer velen daardoor een bestaan vinden. In de eerste plaats de visschers zelf. Op een logger of sloep, motorlogger, stoomboot, bom en loggerbom vaart eene bemanning van resp. 13, 15, 17 en 9 koppen. Bij de straks genoemde totaalsterkte dei- vloot van 937 schepen vindt men dan, dat ca. 12.500 visscherslieden hier hun brood verdienen. Maar voorts is daar eene reeks van bedrijven nauw met het genoemde verwant. Om te beginnen de talrijke kuiperijen. Bijna alle reederijen hebben kuipers in haren dienst voor haar eigen bedrijf, maar daar naast zijn er vele kuipers, voornamelijk te Vlaardi ngen (de hoofdplaats), Scheveningen, Maassluis en Katwijk, die volop werk vinden met het vervaardigen van allerlei soorten nieuwe fusten. Het onlangs door de Afdeeling Handel in de serie „Adressen van Fabrieken in Nederland" uitgegeven adresboekje van kuiperijen geeft een denkbeeld van de belangrijkheid van dit bedrijf. Van een dezer kuiperijen te Vlaardingen geven wij hiervoor een beeld.

Voorts echter vinden nettenfabrieken, boetsters, scheepsbouwers, (waarvan er alleen 34 zich hier te lande met het bouwen van haringvaartuigen bezighouden), touwslagers, zeilmakers, vlotenfabrieken, taan-