Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5'

strekkende goten, riolen en spoelleidingen, werken ter verkrijging of distribueering van drink-, wascb- en spoelwater, zoomede passarloodsen;

b. besproeiing van- en ophalen van vuilnis langs of van openbare wegen, straten, pleinen en tuinen;

c. straatverlichting;

d. brandweer:

e. aanleg van begraafplaatsen.

Bovendien kreeg de gemeente de beschikking over de inkomsten der Europeesche en Chineesche begraafplaatsen, der artesische putten en enkele andere ontvangsten, tezamen voor het jaar 1911 begroot op ± ƒ 42,000.

Met het totaal dezer bedragen moet de gemeente nu voortaan maar zien rond te komen. Wil zij haar sekretarie-personeel en het personeel van gemeentewerken versterken of andere maatregelen treffen, die uit genoemde inkomsten niet kunnen worden bestreden, dan moet zij voor eigen middelen zorgen, m.a.w. zij moet belastingen gaan heffen. Op zich zelf is daartegen volstrekt geen bezwaar. Als de burgerij van de gemeente eischt, dat zij krachtige maatregelen neemt ter voorziening in allerlei behoeften, dan moet die burgerij daar iets voor over hebben. Geen geld, geen Zwitsers; geen belastingen, geen hygiënische of sociale maatregelen.

Het komt er nu maar op aan, wat voor belastingen het minst drukkend zijn. Een eigen gemeentebelasting, met eigen kohieren en eigen belastingambtenaren, is zeer omslachtig en zeer onvoordeelig, wegens de groote kosten, aan de invordering verbonden. Beter is het opcenten te heffen op de gouvernements— belastingen, waartoe de Locale Raden ordonnantie den Raden uitdrukkelijk de bevoegdheid geeft, artikel 49.

De tegenwoordige Gouverneur-Generaal echter heeft die bevoegdheid belangrijk beperkt. In April van dit jaar werden de Locale en Gewestelijke Raden verrast met de volgende circulaire:

Sluiten