Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KEPRESENT.

473

RESCIND.

Represent, riprizent, opnieuw aanbieden; —ation = vernieuwd aanbod.

Repres») ripres, onderdrukken, bedwingen, in toom houden; — lble = bedwingbaar; -Ion = bedwinging, beteugeling; —ive = bedwingend, beteugelend.

Reprieve, ripriv, subst. uitstel, bevrijding; in-vrijheid-stelling; - verb. opschorten, uitstellen, bevrijden.

Reprlmand, reprimand, subst. strenge berisping, hard verwijt; - verb. (reprimand) streng berispen, openbaar bestraffen.

Reprlnt,rïpmi«,herdruk;afdruk,nadruk(Am.).

Reprint, riprtnt, herdrukken, een afdruk ntaken, nadrukken.

Reprisal, ripralz'l, subst. herneming, represaille, vergelding, weerwraak : They were arrested as — s = uit repressaille; Letters of — = kaperbrieven; That is n fust — against them = rechtmatige represaille op; To make — s (on),

Reprise, ripraiz, subst. hernomen schip; refrein; -s = jaarlijksche aftrek (bijv. erfpacht) van de inkomsten uit landerijen.

Reproaeb, riprouti, subst. verwijt, berisping, blaam, schande, oneer (to); - verb. verwijten, berispen, afkeuren, beschuldigen: That boy is tbe - of the family, brings (draws) - on (npon) the family = strekt zijne familie tot oneer; He Incnrred several —es = haalde zich allerlei verwijtingen op den hals; —es = beurtzangen tijdens de kruisaanbidding in de R. K. kerk op Goeden Vrijdag; / -ed myself for forgetting it = nam mezelf kwalijk; What did he - yon wltb? = wat heeft hij u ten laste gelegd; -fnl = schandelijk, verwijtend; His was a —fnl condnct = was schandalig.

lte pro bate, reprobit, subst. verworpeling; adj. goddeloos, verdoemd; — verb. (reprgbeif) verwerpen, afkeuren, verdoemen.

Reprobation, reprafcsirtl/verwerping, verdoeming: Tbe temet of - =bet leerstuk der verwerping of verdoeming.

Reprodnce, ripradjüs, opnieuw voortbrengen, copieeren, weergeven; — r; Beproduction = copie, nieuwe voortbrenging, etc; Reproductive, Reproductory = voortbren-

- gend, copieerend.

Reproof, riprüf, berisping = Reproval, ripr&v'l; Reprove, riprüv, berispen, een standje maken; —r.

Reprnne, riprün, opnieuw snoeien (vruchtb.).

Reptant, rept'nt, kruipend.

Reptile, rept(a)il, subst. kruipend dier, verachtelijke kruiper; adj. kruipend, verachtelijk: The - press = pers; Reptllla, repttlja, kruipende dieren; Reptilian, subst. en adj. kruipend (dier). -

Repnblic, ripublik, republiek, gemeenebest: - of letters = rijk der letteren en gelet terden; -an, subst en adj. republikein(sch); —anism = republikeinsche gezindheid; —anlze - in eene republiek veranderen;

Repnbllcatlon, ripebWeelé'n, herdruk, nieuwe uitgave; Republlsb, ripoblië, opnieuw uitgeven, herdrukken.

Repndlate, ripjüdieit, verwerpen, verstooten, loochenen, ontkennen; Repudiatïon = verwerping, etc; Repudiator.

Repngn, ripjün, zich verzetten, onaangenaam aandoen; Repngnanee, ripngn'ns, afkeerigheid, weerzin, tegenspraak: adj. Repngnant = weersprekend, weerbarstig.

Repulse, ripnls, subst. terugdrijving, afwijzing, weigering, teleurstelling; - verb. terugdrijven, terugslaan, afslaan, afwijzen: He got (met wltb) no second hij werd niet voor de tweede maal afgescheept; —r; Repulsion = terugdrijving,afstooting, afkeer, afschuw; Repulsive = terugstootend, afschuwwekkend. ■.

Repurcbase, ripotiis, subst.. terugkoop;

— verb. weder- of terugkoopen. Repntable, repjutob'l, te goeder naam bekend, eervol, geacht; Repntatlon, repjutelè'n, goede naam, aanzien, achting: He bas a — for boneaty = staat bekend als eerlijk.

Repntatlvely, repjutotivli, volgens zijn naam, volgens gerucht.

Repnte, ripjüt, subst. goede naam, roem;

— verb. achten, houden voor: He is a man of (good) - = van goeden naam; He ls beid (stands) ln blgb, ln bad - — hij heeft een goeden, slechten naam; He is well -d = hij staat goed bekend, heeft een eervollen naam; His -d father = beweerde; —dly = naar verluidt, vermeend.

Request, rikwest, subst. verzoek, vraag, request; - verb. verzoeken,een request richten: At yonr — = op uw verzoek; At the af; In great - = veel gevraagd = Much li» —; Prices upon — = op aanvrage; To accede to, To comply wltb, To grant a — = aan een verzoek voldoen, een verzoek inwilligen: To make, To prefer a — = een verzoek doen; —er.

Requiem, rekwiom, requiem, zielmis (= —-mess).

Requlesca(n)t,1'rlfcuJie'sk'(ra)f, dat hij (zij) ruste(n).

Requlre, rikwalo, eischen, vorderen, verzoeken, vragen, noodig hebben, vereischen: What do yon - me to do? = verlangt ge dat ik doen zal; -ment = eisch, vereischte, geëischte; — r.

Requisite, rekwizit, subst. vereischte; adj. onontbeerlijk, noodig. . i

Requlsltion, rekwizii'n, subst- vraag, eisch, verlangen, schriftelijke oproeping, requiree-

■ ring; — verb. eischen, requireeren; —s = bons, bestelbriefjes (v. schoolmeubelen, etc): -sof food = opeisching van levensmiddelen; To lay under (Put ln, t all lnto) - = requireeren: The harses were -ed for the Royal Artillery = werden gerequireerd; -Ist.

Requital, rikwait'l, belooning, vergelding, wraak; Requlte, rikwatt, beloonen, vergelden (with), wreken; Requlter.

Reredos, risdos, altaarscherm, achterwand van het altaar (van steen, hout, fluweel of borduursel); achterwand van een open vuurhaard.

Reremouse, riomaus, vleermuis. Ree, riz, zaak, eigendom. Resall, rïseil, terugzeUen. Resale, risell, weder-verkoop, tweedehandsverkoop.

Resclnd, ristnd, herroepen, afschaffen, te niet doen; adj. —able.

bone — boun; full; fooi = fnl; a = toonlooze vokaal (zie asleep en care): girl; «ear =lielong = loq; ship = sip; occasion - okeü'n; thin; thus = dbus; wine. ,, L

Sluiten