is toegevoegd aan uw favorieten.

Verslag van de Staatscommissie met opdracht een onderzoek in te stellen omtrent de oorzaken van de buitengewoon hooge waterstanden, tijdens den stormvloed van 13/14 januari 1916 voorgekomen op de in Zuid-Holland gelegen benedenrivieren, meer bepaaldelijk op den Rotterdamschen Waterweg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80

Uit deze cijfers blijkt, dat de invloed van de bovenrivier door de uitgevoerde verbeteringswerken, vooral voor de hoogwaterstanden te Rotterdam en. Krimpen, belangrijk is verminderd.

Waar, blijkens het bovenvermelde, de invloed van het tijverschil in den loop der jaren zoo weinig is veranderd, wordt de verandering van de hoogwaterstanden in hoofdzaak beheerscht door de veranderingen van b en c te zamen beschouwd.

Ten einde van deze gezamenlijke veranderingen een duidelijk overzicht te verkrijgen, zijn in onderstaande tabel opgegeven de verschillen van H. W. op de 4 plaatsen Maassluis enz. met H.W. te Hoek van Holland (dus H.W. Maassluis—H.W. Hoek van Holland enz.), voor de perioden 1876—'78 en 1913—'15 bij een lagen bovenrivierstand A = 700 c.M. -+- N.A.P. bij een gemiddelden stand der bovenrivier A = 900 c.M. -f- N.A.P. en bij een hoogen bovenrivierstand A = 1200 c.M. N.A.P., alles bij een gemiddeld tijverschil in zee Y = 165 c.M.

Verschil met H.W. te Hoek van Holland van H.W. te:

Rivierstand te 3 d

H|| . Periode. .2 h § g

Arnhem. ^ 'S o.

§ s s a

* J5, o C

3 > « M

c.M. c.M. c.M. c.M.

A = 700 c.M. + ( 1876—1878 —6.8 -15.4 —18.4 -31.2

N.A.P. \ 1913—1915 —8.2 — 6.2 — 3.2 +- 2.3

A = 900 c.M.-+- ( 1876—1878 —0.8 — 4.4 + 2.2 — 3.0

N.A.P. \ 1913—1915 —4.0 0.0 + 7.8 +20.1

A = 1200c.M. + 1 1876—1878 +8.2 -+-12.1 +33.1 -r-39.3

N.A.P. \ 1913—1915 +2.3 + 9.3 +24.3 +46.8

! .

!) De laagste rivierstand te Arnhem, b\j open rivier waargenomen bedraagt 685 c.M. + N.A.P.