Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE 2?.

De beschouwing „Invloed van eb en vloed op benedenrivieren door prof. ir. G. H. de Vries Broekman",

voorkomende in „de Ingenieur" van 15 Juli 1916, N°. 29 en van 2 December 1916, N°. 49.

Het doel van deze beschouwing is bij benadering den invloed van eb en vloed op benedenrivieren door berekening te bepalen met behulp van de grondvergelijkingen:

u * \ ) g Sx git

en

de continuïteitsvergelijking.

Uitgegaan wordt van een enkelvoudig riviergedeelte, waarvan het bed gegeven is.

„Enkelvoudig" duidt' aan, dat in het riviergedeelte geen zijrivieren, havens ol dergelijke voorkomen.

Wanneer voor zulk een enkelvoudig riviergedeelte op zeker tijdstip tm de toestand bekend is, waaronder verstaan wordt, dat in niet te ver van elkaar verwijderde dwarsdoorsneden de hoogte van den waterspiegel en de snelheid bekend zijn, zijn uit de grondvergelijkingen formules afgeleid, waarmede de toestand op een nabij gelegen volgend tijdstip tm+i bij benadering bepaald kan worden, als' op dat tijdstip tm +1 de hoogte van den waterspiegel en de snelheid in de beneden dwarsdoorsnede gegeven zijn.

Daaruit volgt dan verder, dat de toestand van een enkelvoudig riviergedeelte op het nabij gelegen volgend tijdstip tm+i ook te vinden is uit den toestand op het oorspronkelijk tijdstip tm en de hoogten van den waterspiegel in de beneden-dwarsdoorsnede en in een der hooger gelegen dwarsdoorsneden op het nabij gelegen volgend tijdstip im + i.

Beschikt men over een berekenden aanvangstoestand op een tijdstip t0 en over de hoogten van den waterspiegel in de beneden-dwarsdoorsnede en in een der hooger gelegen dwarsdoorsneden op elkaar

volgende tijdstippen, tt, t,, , dan kunnen de toestanden

op die tijdstippen tu <„ achtereenvolgens bij benadering

berekend worden.

Als aanvangstoestand kan elke willekeurige berekende toestand van permanente beweging dienen.

Wat de hoogte van den waterspiegel in de beneden-dwarsdoorsnede

Sluiten