Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

AFDEELING IV Proeftijd

32. Bij vast werk moet een proeftijd aan de definitieve aanstelling voorafgaan, deze mag voor arbeiders niet langer duren dan 6 dagen en in de sovjet-instellingen 2 weken voor ongeschoolden en minder verantwoordelijken arbeid en 1 maand voor geschoolden en verantwoordelijken arbeid.

33. Aan het eind van den proeftijd wordt de arbeider óf definitief óf afgewezen met betaling van loon voor den duur van den proeftijd overeenkomstig de tarieven.

34. Het resufltaat van den proeftijd (aanneming of afwijzing) wordt meegedeeld aan het departement van arbeidsdistrilbutie.

35. Tot op 't oogenbl'k van het beëindigen van den proeftijd wordt de arbeider beschouwd als werkloos en behoudt hij zijn volgnummer aan het departement van arbeidsdistributie.

36. Degenen, die een proeftijd heeft vervuld en niet definitief is aangenomen, kan hiertegen in beroep komen bij de vakvereeniging, waar hij Hd van is.

37. Acht de vakvereeniging het in het vorig artikel bedoelde beroep gegrond, dan treedt ze in overleg met de instelling of persoon, die den arbeider een vaste aanstelling heeft geweigerd, met verzoek den appellant alsnog aan te stellen.

38. Levert het in art. 37 bedoelde ovefleg geen resultaat op, dan wordt de zaak voor het plaatselijk departement van arbeid gebracht, welks beslissing definitief is en niet vatbaar voor hooger beroep.

39. Het departement van arbeid kan de persoon of de inrichting, die zonder eenigen grond geweigerd heeft, den afbeider vast aan te stéllen, verzoeken, dezen werk te geven en hem het loon uit te betalen, dat hem toekomt overeenkomstig de tarieven, vanaf het oogenblik van zijn afwijzing tot aan zijn aanstelling.

Sluiten