is toegevoegd aan uw favorieten.

Donker geluk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

warme weelde in liefde — dicht bij haar, omkoesterde haar en bracht haar ongekende vreugde.

Toen zij 's avonds allen bijeenzaten plaagde oom haar telkens.

„En — hoe is 't met Hetty — nog geen vrijer op komst ?"

„O, wie weet!" lachte ze met het heimelijk genot van een kind dat iets ondeugends gaat doen.

En zalig vond zij de gedachte : „zij moesten het eens weten —■ zij moesten het eens weten!"

In den stillen schemer bracht zij de familie naar het kleine station.

Terug ging zij door laantjes die geheimzinnig duister waren; zij vond het een genot in het volkomen donker te loopen, iedere stap was er een aarzeling — het was of het duister haar tastbaar omkleedde. In een kleine berceau was het zoo zwart van duisternis, was het zóó peilloos donker dat zij zich gaarne neer had willen gooien.

Het maakte haar verlangend.

Uitstel werd nu onmogelijk.

Zij was zóó verlangend dat zij de bevrediging dadelijk met beide handen had willen grijpen.

Thuis, op haar kamer, zacht hijgend, schreef ze hem een brief. Ze zat onder de gaslamp — het gordijn voor 't venster was niet gesloten en de avond buiten leek van uit de kamer violet.

„Frank," schreef ze — „ik verlang zoo naar je —> ik verlang zoo naar je — laat me weer bij je zijn."

112