Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorwoord.

orde werden gesteld. Vraagstukken die zich niet beperkten tot het enge, direct voor de hand liggende belangenterrein alleen, maar ver over deze grenzen heen tot het hart der klassetegenstellingen zelve gingen en binnen de grenzen der Vereeniging evenzoovele strijdpunten opleverden.

Hier botsten twee levensbeschouwingen opeen. In feilen onder ingen strijd verdedigden langen tijd een groot aantal personen de oude leer dat de overheidsdienaar buiten den maatschappelijken strijd staat, dat de strijd der arbeidersklasse hem niet raakt, dat zijn maatschappelijke positie: en z.£ ambtelijke taak (zijn standing) uitsloot om daadwerkelijk den groeten strijd van de arbeidersklasse te steunen, laat staan mee te voeren. En daartegenover werd met" taaie onverzettelijkheid de leer in de Vereeniging ingedragen, eerst door een enkeling, daarna door een steeds wassende groep, dat slechts op den rotsvasten bodem van den strijd der klassen, door verovering dus van een hooger en breeder levenspeil van de gansche arbeidersklasse, ook voor den proletariër in overheidsdienst een menschwaardig bestaan is te

VC£r5eVereeniging is deze strijd volstreden. Ondanks alles is de Vereeniging omgevormd tot een vechtinstrument en heeft zij haar plaats weten in

tC Ondanks alles. Want niet alleen de taaie tegenstand van een aantal leden, die zieh krampachtig vast wenschten te houden aan oude en verouderde opvattingen, moest gaandeweg verzwakken, maar bovendien waren over een groot aantal jaren de maatregelen door de Belastingadministratie genomen van zoodanigen aard, dat ze - toeval of opzet - uitstekend gesch ktbleken om het vertrouwen in „de moderne richting» te ondermijnen. De salaneering bleef niet alleen uiterst „laag," maar wat in dit verband erger is: de salarisschaal bleef, vergeleken met andere meetbare groepen ambtenaren, in beduidende mate achter! Bovendien werd de opstelling zoo gekozen, dat de bevordering bij keuze» tot een nooit gekende hoogte kon opbloeien en de akker tot het zaaien van afgunst, wantrouwen, haat, verdeeldheid en onderlinge twist gereed kwam te liggen.

Ook deze maatregelen hebben hoe zorgvuldig ook voorbereid en opgesteld gefaald. De jarenlang in de gelederen gevoerde discussies hebben den Wik in die mate verruwd, dat ze slechts met een medelijdend ^(.«derophalen door de Vereeniging konden worden begroet. Maar tegelijkertijd dat zi, het contact met de arbeidersbeweging versterkte en zich schoeide op modernen leest zat zij niet bij de pakken neer, maar zette zij de schouders onder de vraagstukken voor haar van zoo direct en zoo overwegend belang, n-l_ de rechtspositie, het salarisvraagstuk en de pensionneering, zonder daarbij haar terrein van dagelijkschen arbeid te verwaarloozen.

jaren aaneen heeft de Vereeniging de Pensioenvereeniging gedragen, haar te daadkracht geprikkeld en haar de kracht tot stevig aanpakken geschonken. Ten opzichte van het vraagstuk der rechtspositie heeft geenorgamsaie meer gewerkt dan zij en op het «ogenblik, dat de Rechtstoestandbond het moede Sd liet zakken, ging zij haars weegs en zette de^strijd door; terwijl inzake de salarieering ononderbroken zoo krachtig mogejUfc werd geagiteerd.

Dat de Regeering zich genoopt heeft gevoeld een drietal Staatscommisstes i„ het leven te roepen voor deze onderwerpen, het is naast de democrati-

Sluiten