Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

1914 een Leidraad samengesteld voor de 18 Mei-viering op de scholen, inhoudende: o.a. artikelen over de 18 Mei-viering; het onderwijs in de geschiedenis ten opzichte van den oorlog; wat de school voor het Vredeswerk doen kan; wat op de Vredesconferenties tot stand kwam; het Permanente Hof van Arbitrage; de opening van het Vrédespaleis; de 3e Vredesconferentie; Internationale Vereenigingen ter bevordering van den Vrede; De Nobelprijs voor den Vrede; Instellingen ter bevordering van de Vredespropaganda op de school; Vredesprijzen voor de Jeugd; Pacifistische liederen; Literatuur over school en Vrede.

(In 1917 werd een nieuwe,- minder omvangrijke, leidraad samengesteld door Mr. Dr. M. J. van der Flier, voornamelijk wijzend op den plicht tot medewerking aan de Vredesbeweging.)

De uitbreking van den wereldoorlog in hetzelfde jaar, maakte dat velen begonnen te wanhopen aan een succes van de vredesbeweging. De vredesvrienden bleven echter steeds indachtig aan de woorden van Fr. Passy: „Men noemt de vredesidee een utopie, doch vergeet dat de utopie van heden de werkelijkheid van morgen is".

Toch meende het Hoofdbestuur in het begin van 1915 op de vraag der 18 Mei-commissie: „wat in het komende jaar voor de herdenking van dien datum kon worden gedaan", te moeten antwoorden, dat de ernst der tijden niet toeliet op dat oogenblik een praktische uitvoering te geven aan de wenschen der Commissie.

De vraag hoe de propaganda onder de jeugd voort te zetten, bleef echter steeds een punt van ernstige aandacht uitmaken voor allen in de vereeniging, die reeds hunne krachten hieraan hadden gewijd, zoodat, toen in 1916 de afd. 's-Gravenhage het voorstel té berde bracht een centrale commissie voor vredespropaganda onder de jeugd in te stellen, aan dit plan op de algemeene vergadering van 16 Augustus 1916 uitvoering werd gegeven, met het gevolg, dat op die vergadering een dergelijke commissie werd geconstitueerd.

Tot voorzitter werd gekozen de Heer H. van der Mandere, terwijl Mevrouw de Baronesse van Till—den Beer Poortugaal het secretariaat op zich nam.

Besloten werd om tal van specialiteiten op het gebied van onderwys, of werkzaam ten behoeve van instellingen voor de

Sluiten