is toegevoegd aan uw favorieten.

Pensioenwet voor de landmacht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88

P.

Pensioen. — wordt aan militairen eerst verleend na bekomen ontslag. 1. Wanneer door militairen recht op — wordt verkregen. 2. Wanneer voor militairen recht op —niet bestaat of verloren gaat. 3, 4, 76. Toekenning van levenslang — aan militairen. 5, 6, 21. Toekenning van voorloopig — aan militairen, 5, 7. Toekenning van tijdelijk — aan militairen. 5, 8. — ter zake van langdurigen dienst. 2, 3. Twkenning en bedrag van invaliditeitspensioen. 2, 6, 7, 17. Toekenning en bedrag van diensttijdspensioen. 2, 6, 8, 17. Bedrag van het — van militairen en verhooging daarvan. 16—20. — van een militair bij ontslag als Minister. 21, 22. Verzekering van het recht op verhooging van — 23. Ingang van het " pensioen van militairen. 24, 74, 77. Geneeskundig onderzoek voor toekenning van —. 25. Recht op — van weduwen en nabestaanden van militairen. 35—38. Bedrag van het — van weduwen en nabestaanden. 39, 40, 43. Ingang van het — van weduwen en nabestaanden. 41. — van weduwen van militairen bij hertrouwen en bij ontbinding van dit nader huwelijk door echtscheiding. 42. Cumulatie van —. 4*. Aanvragen om —. 41, 42, 45, 57, 72, 73, 75. Verbes van recht op —. 41, 45, 75. Herziening van eene Koninklijke beslissing in zake —. 53, 58. Beroep tegen eene Koninklijke beslissing in zake —. 54—56. — in geval van verwonding enz., binnen 5 jaren na het verlaten van den dienst. 57. Schorsing van — van militairen. 59. Toekenning van — geschiedt door de Koningin. 60. Afronding van — tot volle guldens. 61. Inschrijving van-—. 62, 66. Betaalbaarstelling en uitbetaling van —. 62, 63, 64, 66. Vervallen van —. 65. Onvervreemdbaarheid, verpanding of beleening van —. 66. Inhouding of beslag op —. 67, 68. Regeling van — in buitengewone gevallen. 69. Herziening of nadere toekenning van pensioenen van 1918— 1920. 71—75.

Pensioensbedrag. — van militairen. 16, 17. Verhooging van het — van militairen. 18—20. — van weduwen en nabestaanden. 39, 40, 43.

Pensioensgrondslag. Wat onder — wordt verstaan. 14. Vaststelling en minimum bedrag van den —. 14, 49, 51, 52. Afronding van den — tot volle guldens. 14. — bij hernieuwde pensionneering. 15.