Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

HET JAAR 1672.

voegen wij toe, dat de Fransche minister van oorlog, markies de Louvois (1641—1691), in 't geheim, binnen ons land, door den graaf van Bentheim, een groote hoeveelheid munitie had laten opkoopen, welke later gebezigd werd ter vernietiging onzer troepen. ')

De Fransche schrijver ROUSSET 2) vermeldt iets dergelijks;' door tusschenkomst van een joodschen bankier te Amsterdam,' SADOC genaamd, was voor rekening der Franschen een groote hoeveelheid munitie opgekocht en naar Keulen gezonden. De Staten-Generaal kregen lucht van dezen handel, waarop een verbod volgde, toen het te laat was (plakkaat van 13 Mei).

Eerst in Februari 1672 kon men het eens worden over het versterken van het leger met 21200 man, n.1. 10 regimenten te voet en 15 te paard; bestaande elk regiment te voet uit 14 compagnieën van 100 man, en elk te paard uit 6 compagnieën van 80 paarden. In April werd besloten tot een tweede werving van 21600 man, waarvan 14000 man te voet ten laste van Holland kwam, en hiervan werden 2900 man, d. i. 29 compagnieën, tot mariniers gemaakt.

De wervingen voor de landmacht geschiedden gedeeltelijk in het buitenland, en gingen allesbehalve vlug, in tegenstelling met die voor den zeedienst (Valkenier).

In het voorjaar van 1672 moet het leger sterk zijn geweest 52000 man; waarvan een gedeelte, namelijk 14400 man voetvolk en 7600 ruiters, het veldleger uitmaakte, dat achter een verschanste stelling op den linkeroever van den IJsel stond, gereed een lijdelijke verdediging te voeren. Verder was 6000 a 7000 man afgezonderd voor de verdediging der noordelijke provinciën. De rest van het leger was versnipperd over tal van vestingen.doch alleen Maastricht had een voldoend sterke bezetting.

Het voetvolk had, behalve een stootdegen of rapier, tot wapen de piek of het musket (lontgeweer). De snaphanen (vuursteen-geweren), die, op voorstel van DE RüYTER, sedert 1665 bij de marine waren ingevoerd, trof men nog weinig aan bij het leger. Het werpen met handgranaten was al in zwang (grenadiers).

Bij dezelfde compagnie waren piekeniers en musketiers ingedeeld; eerstgenoemden stonden in het midden, geschaard in diepe gelederen.

De ruiters, eigenlijk bereden voetknechten, waren bewapend met een of twee vuurroers, met pistolen, en een stootdegen of rapier.

!) Siècle d< Louis XIV, par Voltaire. *) Histoire de Louvois.

Sluiten