is toegevoegd aan uw favorieten.

Toen 't kòn...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

elke vrouw zich ziek voelen bij 't eerste ondergaan van den hartstocht van 'n man? Maar bij „zijn" kussen had ze dat niet ondervonden.

Dan hield ze niet van 'm. Dat was de eenige verklaring.

O, ze had 't wel geweten, zeven jaren had ze 't geweten dat ze niet meer liefhebben kon. Ze was van „hem" geweest en wat hij nu had willen of wenschen te doen stond geheel buiten 't eenmaal bestaande feit: dat ze van hem was. Daar hadden uiterlijke omstandigheden niets aan kunnen veranderen. Als hij 't gewild had, was ze bij 'm gebleven leefde ze nu naast 'm; nu hij 't niet gewild had, leefde ze op 'n andere plek op de wereld. Maar dat veranderde niets aan 't innerlijke feit: dat ze van hem was. Ze verlangde niet meer naar 'm zoolang de spanning met Enno al duurde, dat was waar. Maar hun samenhooren was werkelijkheid, daar was geen loochening mogelijk.

En wat was dat voor lafheid: als hij 'r getrouwd had, leefde ze nu als zijn vrouw. Als ze Enno dan ontmoet had, dat wist ze heilig, zou die 'n vreemde voor 'r gebleven zijn. Dan zou ze geen zweem gevoeld hebben van liefde of verliefdheid. Hoogstens zou ze 'm „wel aardig" gevonden hebben. Verder zou ze 'm niet meer aandacht geschonken hebben dan welken willekeurling. Nu zei ze'm, dat ze zijn vrouw was. Was dat geen opzweepen van 'n moeilijk opgeduikeld gevoel?

Waarom sloeg ze de verzenen tegen de prikkels? Waarom bonkte ze blind 'r hoofd te bersten tegen 'r lot? Ze wist 't immers zoo oud als ze was, dat ze voor de eenzaamheid bestemd was.

En ze was al zoo ver geweest op den weg, die leidde naar vrede met 'r lot. Dat moordend lijden der eerste jaren na zijn heengaan was uitgestreden. Ze was niet