is toegevoegd aan uw favorieten.

Tòch 'n uil!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

,,Ge gaat een keer zien, hoe gelukkig ge nu gaat zijn," begon Regine, zoodra ze in huis waren. ,,Ja," zei Gust.

Regine klapte al maar door over haar blijdschap en haalde de schoonste teksten uit den Bijbel om te bewijzen, hoe goed hij gedaan had. Maar ineens vroeg Gust: „Waren er burgers bij de soldaten?"

„Ja een stuk of vijf."

„Ze hebben er dus meegepakt, da s genoeg. Ik blijf hier van den nacht niet," verklaarde Gust plots.

„Maar Gust, wat gaat ge uitsteken? Gaat ge me hier alleen laten," begon Regine.

„Vrouwen en worden geen kwaad gedaan," trachtte Gust gerust te stellen. „Aan vrouwen en doen ze niets, 't Is maar de mannen, waar ze op gebeten zijn. Dezen nacht en blijf ik hier niet. Ziet ge, dat er hier nog meer troepen voorbij komen? 't Is hier de groote baan naar Frankrijk. Ik ga naar nonkel *) Rik, en als ik niets verkeerds hoor, kom ik morgen terug."

Redeneering van Regine en hielp niet veel. Ze vond zelf. dat Gust wel eenigszins gelijk had ook, maar ze zag er tegen op, alleen te blijven. Doch, ze was blij, omdat Gus' een nieuw leven ging beginnen, en rekenend daarop, liet ze hem gewillig trekken.

XIV. Gevlucht van het aangezicht des Heeren.

Regine wachtte en wachtte op bericht van Ward, en merkte daardoor niet eens, dat Gust zoo lang weg bleef. ') Oom.