is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek van het weeshuis der Hervormden te Maassluis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— ioj

De Diaconie gaf voor hen eenige vergoeding, welke aanvankelijk slechts / 20 per persoon bedroeg, later tot / 50 en in 1825 tot / 70 werd verhoogd. Bij de toekenning der laatste som werd overeengekomen, dat voor de innocenten en gebrekkigen, waarvan het Huis nut trok of die iets verdienden, slechts / 20 of / 30 zoude worden vergoed. In 1833 werd de bijdrage weder algemeen op / 50 bepaald. In 1838 waren er vier in het gesticht werkzaam: 1 als bakker, 1 als werkmeid en 2 als naaivrouwen; zij genoten elk / 3 als douceur of fooi per jaar. Eenige jaren aaneen vindt men voor een gebrekkige als fooi in de rekening uitgetrokken ƒ5.25 (gouden dukaat); hij was hulp van den schoolmeester.

In 1809 telde het gesticht 18 onechten en innocenten, waarvoor de Diaconie toelage uitkeerde.

Een aardig bewijs van erkentelijkheid gaf de 45-jarige verpleegde Zijtje Weeda door in Maart 1811 de Regenten te bedanken, voor hetgeen zij in het Huis gedurende 35 jaren had genoten; nu de financieele toestand zoo ongunstig was, wilde zij, hoewel gebrekkig, niet langer tot last zijn van het gesticht en trachten zelve haar brood te verdienen. Had de Binnenvader deze bijzonderheid niet in het doopboek aangeteekend, dan was haar mooie daad onbekend gebleven, want Regenten vermeldden in het verslag van de Vergadering slechts, dat zij het verzoek om ontslag van Zijtje inwilligden.

Zooals vroeger is aangestipt, verstond men niet alleen zwakzinnigen onder den naam van innocenten, maar ook lammen, blinden, kreupelen, doofstommen en dgl. ongelukkige lieden j anders zou het onverklaarbaar zijn geweest, wat men 7 April 1731 opteekende, dat de schoolmeester Jan Reijers van der Swet, innocent, het Huis werd uitgezet wegens dronkenschap en onbehoorlijk gedrag.

Artt. 1 en 2 der Keur (blz. 30) werden bij het beoordeelen van aanvragen om weezen op te nemen gestreng toegepast;