Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

„Verdomme! hij had ze niet noodig, — dat tuig! Hij zou er alleen wel komen!" —

Woedend was hij uitgevaren; had hard geslagen op de tafel met zijn vuist, die hij eerst in dreiging had opgeheven tot haar; — vlak voor haar verschrikte gezicht, — omdat ze het „waarom" wilde weten.

Stil schreiend na die hevige scène, was ze den heelen dag alleen met Hansje gebleven.

Eerst laat kwam Rolf naar huis, weer gewoon doende; luchtig nu sprekend over hun aanstaand vertrek en zijn WÊék Plan meedeelend, van in Laren te willen gaan wonen.

Daar, in dat schildersmilieu, zou hij zich kunnen uitleven, zich kunnen geven aan zijn Kunst!

Of ze er tegen opzag, misschien 'n tijdje wat bekrompen-bohème-achtig te zullen moeten rondscharrelen? —

Op z'n oude, vleiende manier, met dien lieven glimlach had hij het haar opeens gevraagd. En zij, — wat kon ze er anders op antwoorden, dan dat ze er wel komen zouden; met z'n drietjes: Rolf en Hanny — en zij! —

„Zijn dappere Kootje," — „z'n moedig wijfje" had hij haar genoemd. Trotsch was ze er op; — en blijhartig waren ze aan 't plannenmaken gegaan. —

Ja, Rolf moest weer werken naar de natuur; zijn werk zou stellig koopers trekken; en dan, — er kwamen altijd zooveel Engelsche en rijke Amerikaansche meisjes naar Laren; kunst-dilettanten; die zouden zeker wel les bij hem komen nemen. Met 'n fijn glimlachje zei hij het; — zelfbewust van zijn eigen mooi, en de macht, die hij daardoor op vrouwen had. —

Zoo stelden ze het dan ook vast, dat ze naar Laren zouden gaan; over de aanleiding tot deze verandering werd niet meer gesproken door hen beiden.

Sluiten