is toegevoegd aan uw favorieten.

Toch terecht gekomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86

werd er driftig gescheld. De knecht diende twee heeren aan, die verlangden, terstond mevrouw te spreken. Deze stond op en gaf Fraulein een wenk, haar te volgen.

Na een oogenblik van angstige spanning hoorden de achtergeblevenen een gil en werd er hevig met deuren geworpen. Betsy ijlde den gang in en zag dat twee heeren iemand voorzichtig uit het rijtuig droegen en in de voorkamer op de canapé legden.

Het was de jonker. Het bloed vloeide hem uit den mond. Zijn oogen waren gesloten, zijn gelaat was doodsbleek. Een zacht kreunen was het eenige bewijs, dat hij nog leefde. Nu volgde een tooneel van onbeschrijfelijke verwarring. De een haalde water, de ander kwam met alle mogelijke dingen aandragen, die nergens toe dienden. Mevrouw was in zwijm gevallen. Alleen Fraulein Siegers behield haar kalmte. Zij liet den gewonde te bed brengen, beval den koetsier, zoo spoedig mogelijk naar de stad te rijden, om een professor te halen; de palfrenier zou tot aan het dorp meerijden en den dokter verzoeken, onmiddellijk naar „de Vinkenberg" te komen. Mevrouw kwam spoedig weer bij, maar was radeloos van droefheid en angst. Eindelijk was zij in zooverre gekalmeerd, dat zij luisteren kon naar wat een der heeren haar vertelde. Bij een gehouden wedren met hindernissen, waaraan de jonker had deelgenomen, was deze met zijn paard in een greppel gestort. Hij scheen zich inwendig erg bezeerd te hebben, want hij was op de plaats blijven liggen. Onderweg had hij bloed opgegeven, en was niet tot bewustzijn gekomen. Spoedig verscheen de dorpsdokter, die dadelijk de kleeren van den jonker losmaakte, daar deze hem blijkbaar benauwden. Kort daarop kwam ook de professor. Nu werd de lijder aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen. Mevrouw wilde volstrekt daarbij tegenwoordig zijn maar op aller aanraden liet zij zich