Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

60 JAREN.

Na het „historisch-o ver zicht" van ons gouden „feestnummer", zouden wij wellicht hebben kunnen volstaan met een recapitulatie van hetgeen het jongste decennium ons bracht.

Het scheen ons echter van belang sommige antecedenten naar voren te brengen, teneinde belangstellenden in staat te stellen het huidige te spiegelen in het verleden, gedachtig aan de woorden van onzen dichter Bilderdijk: „in 't verleden ligt het Heden, in het Nu, wat worden zal."

ORGANISATIE.

Zooals de ouderen weten namen den 17den Mei 1862 een negental gymnastiek-leeraren, wonende in de provincie NoordHolland het initiatief tot de oprichting van onze vereeniging.

Het waren de oud-collega's: M. A. v. d. Est, J. van Monsjou, F. J. Tusch en H. P. A. Wilhelm te Amsterdam, O. E. Besancon, P. van Cittert Jr., F. Troll en S. Vestdijk te Haarlem en J. G. Burggraaf te Alkmaar.

Burggraaf was de eerste voorzitter. De hem door zijn medeleden geschonken voorzittershamer — met zilveren naamplaat — bevindt zich nog, als een kostbaar relikwie in ons archief.

Gaarne brengen we hier een eerbiedige hulde, aan de nagedachtenis van deze dappere pioniers!

In den loop van het oprichtingsjaar sloten zich ook uit andere provincies gymnastiek-leeraren aan o.a. H. J. Steenbergen te Gouda, G. Keijzer te Middelburg en E. de Jong te 's-Hertogenbosch.

Einde 1862 telde de nieuwe organisatie 20 leden.

De gymnastiek, door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen in ons land geïntroduceerd en gepropageerd was bij de herziening van de wet regelende het Lager Onderwijs in 1857 opgenomen onder de „facultatieve" vakken, en werd bij de tot standkoming van de wet op het Middelbaar onderwijs voor de Hoogere Burgerscholen verplicht.

Door een en ander werd gaandeweg het aantal scholen waarin gymnastiekonderwijs werd geveven en daarmede ook het

Sluiten