Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERWACHTEN WEU....

Aan Aug. Van Cauwtlaert.

Verwachten we U, krijgsman, geduldig weerom

en vlechten, intusschen, uw knapen de kransen, wij loopen van treurnis gebogen en krom, en spannen de boezems als 't vel van een trom, terwijl de kabouterkens dansen....

Wanneer keert ge weer? Als de hemelen grijs

aiover de wintersche landschappen dalen, als 't roodborstje twittert, verhongerd en lijz', of 't water der bronnen in schollen van ijs een zang lijkt in glazen bokalen?

Of wacht ge totdat, uit het meigroene veld

gestegen, de leeuw'rik een hymne zal dichten, of 't sap uit de borsten der aarde geweld opnieuw in den bast van den perelaar zwelt, lijk 't vocht in onze eigen gewrichten?

Zeg, krijgsman, het zomert! Nu komt ge wellicht om 't brieschend gespan met den graanoogst te leiden?

De stem van den maaier klinkt vroolijk en licht....

hij stapt met de zon en de lucht op 't gezicht.... O! krijgsman, te lang duurt ons scheiden!

10

Sluiten