Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

515

2.

„Ik ben de Wijnstok, gij zijt de ranken!"

't Hoogheilig woord klinkt weer op aard, Kent gij den wijngaard als Zijn gemeente,

Den Heer, Die u het leven baart? Refr.: Dat ik ook enz.

3.

„Ik ben de Wijnstok, gij zijt de ranken!" Christus Hij zelf, de kiem en kracht,

Planting des Heeren, zondaars tot redding, Zie hoe zij bloeit in volle pracht. Refr.: Dat ik ook enz.

4.

„Ik ben de Wijnstok, gij zijt de ranken!"

Hij, „Wortel Davids" — lang verwacht Hij openbaart Zich in stam en ranken;

Alles uit Hem ontvangt zijn kracht. Refr.: Dat ik ook enz.

lllf*f

„Ik ben de Wijnstok, gij zijt de ranken!"

Draag ik geen vrucht, dan val ik af; Zal ik verdorren, door 't vuur verteren.

Dit als „gevolg" mijn ziele straf. Refr.: Dat ik ook enz.

33?

Sluiten