Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GILDE VOOR JANSEN LID WERD. Toen jansen in de tachtiger jaren onder de gildebroeders werd opgenomen, was de eerste bloeitijd van St. Bernulphus reeds voorbij. Als een echt wonderkind was het Gilde terstond bij zijn ontstaan in volle kracht. Van het hoofd tot de voeten met kennis en arbeidslust en jeugdigen moed gewapend scheen deze Minerva ter wereld gekomen. Ook later heeft het Gilde zijn dagen van uitwendige schittering gekend; nooit echter een tijd van zoo vruchtbare innerlijke levenskracht. 28 Nov. had een voorloopige bijeenkomst en 20 Dec. 1869 de constitueerende vergadering van het gilde plaats. Geen half jaar later stond men reeds midden in de werkzaamheden: 1 Mei 1870 opende de reeks der studievergaderingen, in Juli volgde de eerste kunstreis naar Kalkar en Xanten, toen reeds was een kunstlievende Duitscher, vicarius wolff, als gast onder de gildebroeders en verplichtte zijn gastheeren door mededeelingen over jan van kalkar.

De vergaderingen waren druk bezocht, de sprekers talrijk. De klassiek-gevormde Mgr. Dr. borret, van wien we nu juist niet kunnén zeggen, dat hij de ^feestelijke geboortklock» over het Gilde heeft geluid, erkent toch dat »het den Gildebroeders ernst is, om zoo mogelijk alle vakken der kerkelijke kunst ter bespreking te brengen. Men kan niet te hoog opgeven van het veelzijdig nut en den heilzamen invloed, welke dit broederlijk verkeer van wetenschappelijk gevormde mannen en bekwame kunstenaars, tot wederzijdsche vorming of volmaking zal te weeg brengen. Het zonder naijver mededeelen, die beminnelijke karaktertrek van alle ware wetenschap, erlangt hier zijne ruimste toepassing. Al wat ijverige navorsching en geniale opvatting of beproefde kunstpractijk kunnen ten beste geven, komt hier door onderlinge wisseling van gedachten en medegedeelde ervaring der kerkelijke kunst ten bate*.

(»Katholiek« 1873 dl. 64, blz. 45). v. heukelum en schaepman dongen als het ware om den prijs, wiens licht het meest voor de gildebroeders zou schijnen. schaepman won het ver: in de eerste drie jaren van het gilde sprak hij 19 maal, Deken v. heukelum 12 maal, maar deze had daarbij de leiding. Terstond bij de oprichting van het gilde had schaepman, toen voor het» Vaticaansch Concilie te Rome, aan v. heukelum geschreven: »Maak mij nu lid van St. Bernulphus hoor!« En hij voegde bij den brief alvast een feestlied voor de medeleden.

De eerste rede van schaepman, die onder het Nederlandsche publiek werd vermeld, was een rede ter vergadering van het Gilde op 13 Dec.

6

Sluiten